Art. 38 Verordening (EG) nr. 2201/2003, Ontbrekende stukken

Verordening (EG) nr. 2201/2003

1. Bij gebreke van overlegging van de in artikel 37, lid 1, onder b), of lid 2, bedoelde stukken kan het gerecht een termijn voor de overlegging daarvan vaststellen of gelijkwaardige stukken aanvaarden, dan wel, indien zij zich voldoende ingelicht acht, vrijstelling van de overlegging verlenen.

2. Indien het gerecht dit verlangt, wordt een vertaling van de stukken overgelegd. De vertaling wordt gewaarmerkt door een persoon die in een van de lidstaten daartoe gemachtigd is.