Art. 37 Verordening (EG) nr. 2201/2003, Stukken
Verordening (EG) nr. 2201/2003
1. De partij die de erkenning van een beslissing vordert of betwist, dan wel om uitvoerbaarverklaring verzoekt, legt over:
a) een afschrift van de beslissing dat voldoet aan de voorwaarden tot vaststelling van de echtheid ervan;
en
b) het certificaat bedoeld in artikel 39.
2. Indien het een beslissing bij verstek betreft, legt de partij die de erkenning vordert of om uitvoerbaarverklaring verzoekt, voorts over:
a) het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het stuk waaruit blijkt dat het stuk waarmee het geding is ingeleid of een gelijkwaardig stuk aan de niet-verschenen partij is betekend of medegedeeld;
of
b) enig stuk waaruit blijkt dat de verweerder ondubbelzinnig met de beslissing instemt.