Art. 8, Specifieke bestrijdingsmethoden
1. Op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat en volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure:
a) kan worden besloten dat specifieke bestrijdingsmethoden kunnen of moeten worden toegepast met het oog op het terugdringen van de prevalentie van zoönoses en zoönoseverwekkers in het stadium van de primaire dierlijke productie en in andere stadia van de voedselketen;
b) kunnen voorschriften worden aangenomen voor de wijze waarop de onder a) bedoelde methoden mogen worden gebruikt;
c) kunnen uitvoeringsbepalingen worden aangenomen met betrekking tot de nodige documenten en procedures, alsmede minimumeisen voor de onder a) bedoelde methoden, en
d) kan worden besloten dat bepaalde specifieke bestrijdingsmethoden niet in het kader van de bestrijdingsprogramma's mogen worden gebruikt.
2. Het bepaalde in lid 1, onder a), b), en c), is niet van toepassing op de methoden waarbij stoffen of technieken worden gebruikt die vallen onder de communautaire regelgeving inzake diervoeders, levensmiddelenadditieven of diergeneesmiddelen.