Art. 5, Nationale bestrijdingsprogramma's

1. Teneinde de communautaire doelstellingen van artikel 4 te verwezenlijken stellen de lidstaten nationale bestrijdingsprogramma's vast voor elke in de lijst in bijlage I opgenomen zoönose en zoönoseverwekker. Nationale bestrijdingsprogramma's houden rekening met de geografische verspreiding van zoönoses binnen elke lidstaat en met de financiële implicaties die doeltreffende controles met zich meebrengen voor primaire producenten en exploitanten van levensmiddelen- of diervoederbedrijven.

2. De nationale bestrijdingsprogramma's hebben een continu karakter en een looptijd van ten minste drie opeenvolgende jaren.

3. De nationale bestrijdingsprogramma's:

a) voorzien in de opsporing van zoönoses en zoönoseverwekkers overeenkomstig de in bijlage II vastgestelde eisen en minimumbemonsteringsvoorschriften;

b) bepalen de respectieve verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten en van de exploitanten van levensmiddelen- of diervoederbedrijven;

c) geven aan welke bestrijdingsmaatregelen moeten worden genomen ingeval zoönoses en zoönoseverwekkers worden opgespoord, in het bijzonder ter bescherming van de volksgezondheid, met inbegrip van de in bijlage II vermelde specifieke maatregelen;

d) bieden de mogelijkheid om de voortgang van de nationale bestrijdingsprogramma's te evalueren en de programma's eventueel te herzien, vooral in het licht van de resultaten die zijn verkregen bij de opsporing van zoönoses en zoönoseverwekkers.

4. De nationale bestrijdingsprogramma's hebben betrekking op ten minste de volgende stadia van de voedselketen:

a) de productie van diervoeders;

b) de primaire dierlijke productie;

c) de verwerking en bereiding van levensmiddelen van dierlijke oorsprong.

5. De nationale bestrijdingsprogramma's bevatten waar van toepassing bepalingen met betrekking tot de testmethoden en de criteria aan de hand waarvan de resultaten van die tests worden beoordeeld, voor het testen van op het nationale grondgebied verzonden dieren en broedeieren in het kader van de officiële controles als bedoeld in bijlage II, deel A.

6. De in bijlage II vastgestelde eisen en minimumbemonsteringsvoorschriften kunnen volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure worden gewijzigd, aangepast of aangevuld, met name rekening houdende met de in artikel 4, lid 6, onder c), vermelde criteria.

7. Uiterlijk zes maanden nadat de in artikel 4 bedoelde communautaire doelstellingen zijn vastgelegd, dienen de lidstaten bij de Commissie een nationaal bestrijdingsprogramma in en lichten zij de uit te voeren maatregelen toe.

Uitspraken die dit artikel aanhalen