Art. 18 Verordening (EG) nr. 1788/2003, Bijzondere overdrachten
Verordening (EG) nr. 1788/2003
1. Om de herstructurering van de melkproductie tot een goed einde te brengen of de milieusituatie te verbeteren, kunnen de lidstaten op de wijze die zij bepalen met inachtneming van de rechtmatige belangen van de partijen:
a) aan producenten die zich ertoe verbinden de melkproductie geheel of ten dele definitief te staken, een vergoeding toekennen die ineens of in jaarlijkse tranches wordt betaald, en de aldus vrijgekomen individuele referentiehoeveelheden aan de nationale reserve toevoegen;
b) aan de hand van objectieve criteria bepalen op welke voorwaarden een producent aan het begin van een tijdvak van twaalf maanden kan verkrijgen dat de bevoegde autoriteit of de door haar aangewezen instantie hem tegen voorafgaande betaling individuele referentiehoeveelheden toewijst die aan het einde van het voorgaande tijdvak van twaalf maanden definitief door andere producenten zijn vrijgemaakt in ruil voor een vergoeding ineens of in jaarlijkse tranches die gelijk is aan de bovengenoemde betaling;
c) de overdrachten van referentiehoeveelheden zonder grond centraliseren en er toezicht op uitoefenen;
d) bij overdracht van gronden met het oog op verbetering van het milieu, de betrokken individuele referentiehoeveelheid toewijzen aan de vertrekkende producent, indien hij voornemens is de melkproductie voort te zetten;
e) aan de hand van objectieve criteria bepalen in welke regio's en ophaalgebieden met het oog op de verbetering van de melkproductiestructuur referentiehoeveelheden definitief mogen worden overgedragen zonder overeenkomstige overdracht van gronden;
f) op verzoek van de producent aan de bevoegde autoriteit of de door haar aangewezen instantie de definitieve overdracht van referentiehoeveelheden zonder overeenkomstige overdracht van gronden of andersom toestaan, ten einde de structuur van de melkproductie op het niveau van het bedrijf te verbeteren of bij te dragen tot de extensivering van de productie.
2. De bepalingen van lid 1 kunnen op nationaal niveau, op het passende territoriale niveau of in bepaalde ophaalgebieden worden uitgevoerd.