Art. 17, Overdracht van referentiehoeveelheden met grond
1. Bij verkoop, verhuur, overgang door vererving - ook vóór het overlijden van de erflater - of elke andere overdracht die voor de producent vergelijkbare gevolgen heeft, wordt de individuele referentiehoeveelheid samen met het bedrijf overgedragen aan de producent die het bedrijf overneemt, op de wijze die door de lidstaten wordt bepaald rekening houdend met de voor de melkproductie gebruikte oppervlakten of met andere objectieve criteria en, in voorkomend geval, met de overeenkomst tussen de partijen. Het gedeelte van de referentiehoeveelheid dat in voorkomend geval niet met het bedrijf wordt overgedragen wordt aan de nationale reserve toegevoegd.
2. Wanneer de referentiehoeveelheden overeenkomstig lid 1 in het kader van verpachting of andere middelen met vergelijkbare rechtsgevolgen zijn of worden overgedragen, kunnen de lidstaten op basis van objectieve criteria en met het oog op toewijzing van de referentiehoeveelheden aan uitsluitend de producenten, besluiten dat de referentiehoeveelheid niet samen met het bedrijf wordt overgedragen.
3. Bij overdracht van grond aan de overheid en/of ten algemenen nutte of wanneer de overdracht geen landbouwdoeleinden dient, zien de lidstaten erop toe dat de nodige maatregelen ter vrijwaring van de rechtmatige belangen van de partijen worden getroffen, en met name dat de vertrekkende producent in de gelegenheid wordt gesteld de melkproductie voort te zetten, indien hij dit wenst.
4. Bij ontstentenis van een overeenkomst tussen de partijen worden in geval van het verstrijken van een pachtovereenkomst die niet op soortgelijke voorwaarden kan worden verlengd, of in situaties met vergelijkbare rechtsgevolgen de individuele referentiehoeveelheden geheel of ten dele overgedragen aan de producent die ze overneemt, volgens door de lidstaten vastgestelde of nog vast te stellen bepalingen en met inachtneming van de rechtmatige belangen van de partijen.