Art. 102, Overschrijding van basisarealen en maximum
1. Wanneer het totaal van de oppervlakten waarvoor op grond van de regeling voor akkerbouwgewassen een betaling wordt aangevraagd, inclusief de braaklegging krachtens die regeling in geval van toepassing van artikel 71, groter is dan het basisareaal, wordt het subsidiabele areaal per producent proportioneel verlaagd voor alle op grond van deze verordening in de betrokken regio gedurende hetzelfde verkoopseizoen verleende betalingen.
2. Het totaal van de gevraagde betalingen is niet hoger dan het maximum dat de Commissie overeenkomstig lid 2 van artikel 64 heeft vastgesteld. Wanneer het totaalbedrag van de gevraagde steun het vastgestelde maximum overschrijdt, wordt de steun per landbouwer in dat jaar proportioneel verlaagd.
3. In geval van toepassing van artikel 71, worden arealen waarvoor geen areaalbetaling krachtens dit hoofdstuk wordt aangevraagd, maar die worden gebruikt ter staving van een steunaanvraag krachtens hoofdstuk 12, ook in aanmerking genomen voor de berekening van het areaal waarvoor de areaalbetaling wordt gevraagd.
4. Indien een lidstaat kuilgras in aanmerking doet komen voor de areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen, wordt een afzonderlijk basisareaal vastgesteld. Indien het basisareaal voor akkerbouwgewassen of kuilgras in een bepaald verkoopseizoen niet wordt gehaald, wordt het resterende aantal hectaren voor hetzelfde verkoopseizoen toegewezen aan het overeenkomstige basisareaal.
5. Indien een lidstaat heeft besloten één of meer nationale basisarealen vast te stellen, mag hij ieder nationaal basisareaal onderverdelen in subbasisarealen op basis van door de lidstaat vast te stellen objectieve criteria.
Voor de toepassing van dit lid worden de basisarealen Secano en Regadío beschouwd als nationale basisarealen.
In geval van overschrijding van een nationaal basisareaal kan de lidstaat de krachtens lid 1 toe te passen maatregelen op basis van objectieve criteria volledig of gedeeltelijk concentreren op de subbasisarealen waarvoor een overschrijding is geconstateerd.
Lidstaten die hebben besloten gebruik te maken van de in dit lid bedoelde mogelijkheden, stellen de landbouwers en de Commissie uiterlijk op 15 september in kennis van de door hen gemaakte keuzes en van de desbetreffende uitvoeringsbepalingen.