Art. 14 Verordening (EG) nr. 1383/2003
Verordening (EG) nr. 1383/2003
1. Wanneer het goederen betreft waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op rechten inzake tekeningen of modellen, octrooien, aanvullende beschermingscertificaten of kwekersrechten, kan de aangever, de eigenaar, de importeur, de houder of de geadresseerde van de goederen door middel van zekerheidstelling vrijgave van de goederen of beëindiging van de vasthouding daarvan verkrijgen, op voorwaarde dat:
a) de douanedienst of het douanekantoor bedoeld in artikel 9, lid 1, overeenkomstig artikel 13, lid 1, ervan in kennis is gesteld dat binnen de in artikel 13, lid 1, bedoelde termijn een procedure is ingeleid om te bepalen of krachtens de nationale wetgeving een intellectuele-eigendomsrecht is geschonden;
b) de hiertoe gemachtigde autoriteit bij het verstrijken van de in artikel 13, lid 1, bedoelde termijn nog geen toestemming heeft gegeven tot het nemen van conservatoire maatregelen;
c) alle douaneformaliteiten zijn vervuld.
2. De in lid 1 bedoelde zekerheid moet toereikend zijn om de belangen van de houder van het recht veilig te stellen.
De betaling van de zekerheid laat de andere rechtsmiddelen waarover de houder van het recht beschikt, onverlet.
Wanneer de procedure om te bepalen of volgens het nationale recht een intellectuele-eigendomsrecht is geschonden, door een andere persoon dan de houder van een recht inzake tekeningen of modellen, octrooi, aanvullend beschermingscertificaat of kwekersrecht is ingeleid, wordt de zekerheid vrijgegeven indien de persoon die de procedure heeft ingeleid, niet binnen 20 werkdagen na de datum waarop hij de kennisgeving van de schorsing van de vrijgave of de vasthouding ontvangt, gebruikmaakt van zijn recht om een gerechtelijke procedure in te leiden.
Wanneer het bepaalde in artikel 13, lid 1, tweede alinea, van toepassing is, kan deze termijn tot ten hoogste 30 werkdagen worden verlengd.