Art. 11 Verordening (EG) nr. 1383/2003
Verordening (EG) nr. 1383/2003
1. Wanneer de douaneautoriteiten goederen die vermoedelijk inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht hebben vastgehouden of wanneer zij het vrijgeven van deze goederen hebben geschorst terwijl deze zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties bevonden, kunnen de lidstaten overeenkomstig hun nationale wetgeving voorzien in een met de instemming van de houder van het recht te volgen vereenvoudigde procedure, die de douaneautoriteiten de mogelijkheid biedt de goederen onder douanetoezicht af te staan voor vernietiging, zonder dat hoeft te worden nagegaan of volgens de nationale rechtsvoorschriften inbreuk is gemaakt op een intellectuele-eigendomsrecht. Daartoe passen de lidstaten in overeenstemming met hun nationale wetgeving de volgende voorwaarden toe:
- binnen tien werkdagen, of drie werkdagen indien het aan bederf onderhevige goederen betreft, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de in artikel 9 bedoelde kennisgeving stelt de houder van het recht de douaneautoriteiten er schriftelijk van in kennis dat de aan de procedure onderworpen goederen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht in de zin van artikel 2, lid 1, en verstrekt hij deze autoriteiten de schriftelijke verklaring van de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen waarbij deze ermee instemt dat de goederen voor vernietiging worden afgestaan. Indien de douaneautoriteiten daarmee akkoord gaan, kan deze informatie rechtstreeks aan de douane worden verstrekt door de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen. Deze toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven wanneer de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen zich binnen de voorgeschreven termijn niet uitdrukkelijk tegen de vernietiging heeft verzet. Deze termijn kan met tien werkdagen worden verlengd indien de omstandigheden zulks wettigen;
- tenzij anders bepaald in de nationale wetgeving, geschiedt de vernietiging op kosten en onder verantwoordelijkheid van de houder van het recht en wordt deze steeds voorafgegaan door het nemen van monsters die de douaneautoriteiten zo moeten bewaren dat zij als bewijsmateriaal toelaatbaar zijn in een gerechtelijke procedure van de lidstaat waarin zij mogelijkerwijze zullen moeten worden gebruikt.
2. In alle andere gevallen of wanneer de aangever, houder of eigenaar zich tegen de vernietiging van de goederen verzet of deze betwist, is de in artikel 13 bedoelde procedure van toepassing.