Art. 8 Verordening (EG) nr. 1210/2003
Verordening (EG) nr. 1210/2003
1. Onverminderd de toepasselijke voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim en onverminderd de bepalingen van artikel 284 van het Verdrag, dienen natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en instanties:
a) alle informatie die de naleving van deze verordening zou vergemakkelijken, zoals rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 4 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de in bijlage V genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, alsmede, direct of via deze bevoegde autoriteiten, aan de Commissie;
b) bij de verificatie van deze informatie samen te werken met de in bijlage V genoemde bevoegde autoriteiten.
2. Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie werd verstrekt of ontvangen.
3. Alle direct door de Commissie ontvangen, aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten.