Art. 4 Verordening (EG) nr. 1210/2003
Verordening (EG) nr. 1210/2003
1. Alle tegoeden en economische middelen van de vorige regering van Irak, of van overheidsinstellingen, overheidsondernemingen, met inbegrip van bedrijven naar privaat recht waarin de overheid een meerderheidsaandeel heeft, of agentschappen van de Republiek Irak, als geïdentificeerd door het Sanctiecomité en opgenomen in bijlage III, die zich op of na 22 mei 2003 buiten Irak bevonden, worden bevroren.
2. Alle tegoeden en economische middelen, die toebehoren aan, eigendom zijn van of in het bezit zijn van de volgende personen, als geïdentificeerd door het Sanctiecomité en opgenomen in bijlage IV, worden bevroren:
a) voormalig president Saddam Hussein,
b) hoge functionarissen van zijn regime,
c) hun naaste familieleden, of
d) rechtspersonen, instanties of entiteiten waarvan de eigendom of de zeggenschap, direct of indirect, berust bij de onder de punten a), b) en c) bedoelde personen of door enige natuurlijke of rechtspersoon die namens hen of op hun aanwijzing handelt.
3. Er mogen geen tegoeden direct of indirect ter beschikking worden gesteld van of ten behoeve van de in de bijlagen III en IV genoemde natuurlijke of rechtspersonen, instanties of entiteiten.
4. Er mogen geen economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld van of ten behoeve van de in de bijlagen III en IV genoemde natuurlijke of rechtspersonen, instanties of entiteiten, indien die personen, groepen of entiteiten daardoor in staat worden gesteld tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen.