Art. 8 Richtlijn 2003/59/EG, Getuigschrift van nascholing
1. Aan het einde van de in artikel 7 bedoelde nascholing reiken de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of het goedgekeurd opleidingscentrum aan de bestuurder een getuigschrift van nascholing uit.
2. Een eerste nascholing dient te worden gevolgd:
a) door houders van het in artikel 6 bedoelde getuigschrift, binnen vijf jaar na de afgifte van het getuigschrift;
b) door bestuurders als bedoeld in artikel 4, binnen vijf jaar na de respectievelijk, in artikel 14, lid 2, vermelde uiterste data, overeenkomstig een door de lidstaten vastgesteld tijdschema.
De lidstaten kunnen de onder a) en b) bedoelde termijn verkorten of verlengen, met name om hem te doen samenvallen met de vervaldatum van het rijbewijs of om ervoor te zorgen dat de invoering van de nascholing geleidelijk kan geschieden. Deze termijn mag echter niet korter zijn dan drie jaar en niet langer dan zeven jaar.
3. Bestuurders die reeds een eerste nascholing als bedoeld in lid 2 hebben gevolgd, moeten om de vijf jaar, en vóór de vervaldatum van het getuigschrift van nascholing, een nascholing volgen.
4. Houders van het in artikel 6 bedoelde, of het in lid 1 van onderhavig artikel bedoelde getuigschrift en de in artikel 4 bedoelde bestuurders die hun beroep niet langer uitoefenen en niet voldoen aan de in de leden 1, 2 en 3 gestelde eisen, moeten een nascholing volgen voordat zij hun beroep weer opnemen.
5. De bestuurders die goederen- of personenvervoer over de weg verrichten en een nascholing hebben gevolgd voor een van de rijbewijscategorieën van artikel 5, leden 2 en 3, worden vrijgesteld van nascholing voor de overige in de genoemde leden vermelde voertuigcategorieën.