Art. 5 Richtlijn 2003/59/EG, Basiskwalificatie
1. Om toegang te krijgen tot de basiskwalificatie behoeft niet eerst het overeenkomstige rijbewijs te worden behaald.
2. Een bestuurder van een voertuig voor goederenvervoer mag besturen:
a) vanaf de leeftijd van 18 jaar:
i) een voertuig van de rijbewijscategorieën C en C+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift;
ii) een voertuig van de rijbewijscategorieën C1 en C1+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 2, bedoelde getuigschrift;
b) vanaf de leeftijd van 21 jaar een voertuig van de rijbewijscategorieën C en C+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 2, bedoelde getuigschrift.
3. Een bestuurder van een voertuig voor personenvervoer mag besturen:
a) vanaf de leeftijd van 21 jaar:
i) een voertuig van de rijbewijscategorieën D en D+E voor personenvervoer op geregelde diensten waarvan het traject ten hoogste 50 km bedraagt, alsmede een voertuig van de rijbewijscategorieën D1 en D1+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 2, bedoelde getuigschrift.
Iedere lidstaat kan bestuurders van een van bovengenoemde categorieën toestemming verlenen om op zijn grondgebied vanaf de leeftijd van 18 jaar deze voertuigcategorieën te besturen, mits zij houder zijn van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift;
ii) een voertuig van de rijbewijscategorieën D en D+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift.
Iedere lidstaat kan bestuurders van een van bovengenoemde categorieën toestemming verlenen om op zijn grondgebied vanaf de leeftijd van 20 jaar deze voertuigcategorieën te besturen, mits zij houder zijn van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift. Deze leeftijd kan worden verlaagd tot 18 jaar wanneer de bestuurder voertuigen zonder passagiers bestuurt;
b) vanaf de leeftijd van 23 jaar een voertuig van de rijbewijscategorieën D en D+E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 2, bedoelde getuigschrift.
4. Onverminderd de in lid 2 vastgestelde leeftijdsgrens, worden bestuurders die goederenvervoer verrichten en houder zijn van het in artikel 6 bedoelde getuigschrift voor een van de categorieën voertuigen van lid 2 van dit artikel, vrijgesteld van het behalen van een dergelijk getuigschrift voor de overige in genoemd lid vermelde voertuigcategorieën.
Voor bestuurders die personenvervoer verrichten geldt deze bepaling voor voertuigen van een van de categorieën van lid 3.
5. Bestuurders die goederenvervoer verrichten en hun werkterrein uitbreiden tot of overschakelen op personenvervoer, of vice versa, en houder zijn van het in artikel 6 bedoelde getuigschrift, behoeven de gemeenschappelijke gedeelten van de voorgeschreven basiskwalificaties niet over te doen, maar uitsluitend de gedeelten die specifiek zijn voor de nieuwe kwalificatie.