Art. 22 Richtlijn 2003/41/EG, Uitvoering
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan deze richtlijn te voldoen voor 23 september 2005. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
3. De lidstaten kunnen de toepassing van artikel 17, leden 1 en 2, op op hun grondgebied gevestigde instellingen die op de in lid 1 van dit artikel genoemde datum niet beschikken over het minimumbedrag aan voorgeschreven eigen vermogen dat is voorgeschreven bij artikel 17, leden 1 en 2, uitstellen tot 23 september 2010. Aan instellingen die pensioenregelingen op grensoverschrijdende basis in de betekenis van artikel 20 willen uitvoeren, is dat evenwel niet toegestaan, totdat ze aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen.
4. De lidstaten kunnen de toepassing van artikel 18, lid 1, onder f), op op hun grondgebied gevestigde instellingen uitstellen tot 23 september 2010. Aan instellingen die pensioenregelingen op grensoverschrijdende basis in de betekenis van artikel 20 willen uitvoeren, is dat evenwel niet toegestaan, tenzij ze onmiddellijk aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen.