Art. 9 Richtlijn 2003/25/EG, Seizoens- en korteperiodediensten

Richtlijn 2003/25/EG

1. Indien een rederij die het gehele jaar door een geregelde dienst onderhoudt, voor een kortere periode extra ro-ro-passagiersschepen voor die dienst wenst in te zetten, stelt zij ten minste een maand voordat de genoemde schepen voor die dienst worden ingezet, de bevoegde instantie van de staat of staten van ontvangst hiervan in kennis. In gevallen evenwel waarin wegens onvoorziene omstandigheden snel een vervangend ro-ro-passagiersschip moet worden ingezet om de continuïteit van de dienst te verzekeren, is Richtlijn 1999/35/EG van toepassing.

2. Indien een rederij op seizoensbasis een geregelde dienst wenst te onderhouden voor een kortere periode die niet langer is dan zes maanden per jaar, stelt zij ten minste drie maanden voordat die dienst wordt onderhouden de bevoegde instantie van de staat of staten van ontvangst, hiervan in kennis.

3. Indien dergelijke diensten worden onderhouden onder omstandigheden waarin de waarde van de significantegolfhoogte lager is dan die welke voor hetzelfde zeegebied voor het gehele jaar door is vastgesteld, mag de bevoegde instantie de voor deze kortere periode geldende waarde van de significantegolfhoogte gebruiken voor het bepalen van de hoogte van het water op het dek bij het toepassen van de specifieke stabiliteitsvereisten, zoals vastgesteld in bijlage I. De voor deze kortere periode geldende waarde van de significantegolfhoogte wordt overeengekomen tussen de lidstaten of, waar toepasselijk en mogelijk, tussen lidstaten en derde landen aan beide eindpunten van de route.

4. Na goedkeuring door de bevoegde instantie van de staat of staten van ontvangst voor diensten in de zin van de leden 1 en 2, dient het ro-ro-passagiersschip dat dergelijke diensten onderhoudt, een certificaat van naleving van het bepaalde in deze richtlijn, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, aan boord te hebben.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen