Art. 8 Richtlijn 2003/25/EG, Certificaten
1. Alle nieuwe en bestaande ro-ro-passagiersschepen die de vlag van een lidstaat voeren, hebben een certificaat aan boord waaruit blijkt dat zij voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten van artikel 6 en bijlage I.
Dit certificaat wordt afgegeven door de administratie van de vlaggenstaat en kan met andere, gelijksoortige certificaten worden gecombineerd. Het vermeldt de significantegolfhoogte tot welke het schip kan voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten.
Het certificaat blijft geldig zolang het schip wordt gebruikt in een gebied met dezelfde of een lagere waarde van significantegolfhoogte.
2. Iedere lidstaat die in zijn hoedanigheid van staat van ontvangst optreedt, erkent het certificaat dat overeenkomstig deze richtlijn door een andere lidstaat is afgegeven.
3. Iedere lidstaat die in zijn hoedanigheid van staat van ontvangst optreedt, aanvaardt het door een derde land afgegeven certificaat waaruit blijkt dat een schip voldoet aan de vastgestelde specifieke stabiliteitsvereisten.