Art. 16 Richtlijn 2003/6/EG

Richtlijn 2003/6/EG

1. De bevoegde autoriteiten werken onderling samen wanneer dat voor de vervulling van hun taken nodig is, waartoe zij gebruikmaken van de bevoegdheden waarover zij hetzij uit hoofde van deze richtlijn, hetzij ingevolge nationale wetgeving beschikken. De bevoegde autoriteiten verlenen assistentie aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten. Zij wisselen met name informatie uit en werken samen bij onderzoeksactiviteiten.

2. De bevoegde autoriteiten verstrekken op verzoek onmiddellijk alle inlichtingen die voor het in lid 1 genoemde doel noodzakelijk zijn. Indien nodig stellen de aangezochte bevoegde autoriteiten onverwijld de maatregelen vast die nodig zijn om de gevraagde informatie te verzamelen. Indien de aangezochte bevoegde autoriteit niet bij machte is de gevraagde informatie onmiddellijk te verstrekken, stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit van de redenen hiervan in kennis. De aldus verstrekte informatie valt onder de geheimhoudingsplicht waartoe eenieder gehouden is die bij de bevoegde autoriteiten die de informatie ontvangen, werkzaam is of is geweest.

De bevoegde autoriteiten kunnen weigeren om aan een verzoek om inlichtingen gevolg te geven indien:

- het verstrekken van de inlichtingen gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van de aangezochte lidstaat, of

- indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid bij de autoriteiten van de aangezochte lidstaat, dan wel

- indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen in de aangezochte lidstaat reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan.

In dat geval stellen zij de verzoekende bevoegde autoriteit daarvan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekken over de procedure of uitspraak in kwestie.

Onverminderd artikel 226 van het EG-Verdrag kan een bevoegde autoriteit waarvan een verzoek om inlichtingen niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of waarvan een verzoek om inlichtingen wordt afgewezen, dit verzuim onder de aandacht brengen van het Comité van Europese effectenregelgevers, dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden.

Onverminderd hun verplichtingen in het kader van strafrechtelijke procedures mogen de bevoegde autoriteiten die op grond van lid 1 informatie ontvangen, deze uitsluitend gebruiken voor de uitoefening van hun functies in de zin van deze richtlijn alsmede in het kader van bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die specifiek met de uitoefening van deze functies verband houden. Wanneer de bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt daarin toestemt, mag de ontvangende autoriteit de informatie echter voor andere doeleinden gebruiken of doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten.

3. Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze richtlijn, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die verhandeld worden op een gereglementeerde markt in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat. De bevoegde autoriteit van de andere lidstaat neemt de nodige maatregelen en stelt de kennisgevende bevoegde autoriteit van het resultaat in kennis, alsmede, voorzover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. Dit lid laat de bevoegdheden onverlet die zijn toegekend aan de bevoegde autoriteit die de informatie heeft doorgegeven. De bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten die krachtens artikel 10 bevoegd zijn, raadplegen elkaar over de follow-up die zij overwegen aan hun optreden te geven.

4. Een bevoegde autoriteit van een lidstaat kan verzoeken dat een onderzoek wordt verricht door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat op het grondgebied van die lidstaat.

Verder kan zij verzoeken dat aan een aantal leden van haar personeel toestemming wordt verleend om de leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat gedurende het onderzoek te vergezellen.

Het onderzoek wordt evenwel verricht onder de eindverantwoordelijkheid van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek plaatsvindt.

De bevoegde autoriteiten kunnen een verzoek om een onderzoek zoals bedoeld in de eerste alinea, of een verzoek dat leden van hun personeel worden vergezeld door leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zoals bedoeld in de tweede alinea van dit lid, van de hand wijzen wanneer een dergelijk onderzoek gevaar zou kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van de aangezochte staat, of indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen reeds een gerechtelijke procedure is ingeleid in de aangezochte staat, of indien voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen in de aangezochte staat reeds een onherroepelijke uitspraak is gedaan. In dat geval stellen zij de verzoekende bevoegde autoriteit hiervan in kennis, waarbij zij zo gedetailleerd mogelijke informatie verstrekken over de procedure of uitspraak in kwestie.

Onverminderd het bepaalde in artikel 226 van het Verdrag kan een bevoegde autoriteit waarvan een verzoek om een onderzoek of een verzoek dat leden van hun personeel leden van het personeel van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat vergezellen, niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd, of wordt afgewezen, dit verzuim laten vaststellen door het Comité van Europese effectenregelgevers, dat zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden.

5. De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 17, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsmaatregelen vast voor de procedures inzake de uitwisseling van informatie en grensoverschrijdend onderzoek zoals bedoeld in dit artikel.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen