Art. 3, Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "communautaire wateren": de wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II van het Verdrag genoemde gebieden;

b) "levende aquatische hulpbronnen": beschikbare en toegankelijke levende mariene aquatische soorten, met inbegrip van anadrome en katadrome soorten tijdens hun mariene levensduur;

c) "vissersvaartuig": elk vaartuig dat is uitgerust voor commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen;

d) "communautair vissersvaartuig": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Gemeenschap is geregistreerd;

e) "duurzame exploitatie": de exploitatie van een bestand op een zodanige wijze dat de toekomstige exploitatie van het bestand niet in gevaar wordt gebracht, en dat die exploitatie geen negatieve gevolgen heeft voor de mariene ecosystemen;

f) "visserijsterfte": de vangsten van een bestand over een bepaalde periode in verhouding tot het gemiddelde bestand dat in die periode voor de visserij beschikbaar is;

g) "bestand": een levende aquatische hulpbron die in een bepaald beheersgebied voorkomt;

h) "visserij-inspanning": het product van de capaciteit en de activiteit van een vissersvaartuig; voor een groep vaartuigen is dit de som van de visserij-inspanningen van alle vaartuigen in de groep;

i) "voorzorgsaanpak van het visserijbeheer": het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie mag niet worden gebruikt als een motief voor het uitstellen of achterwege laten van beheersmaatregelen voor de instandhouding van de doelsoorten, de geassocieerde of afhankelijke soorten en de niet-doelsoorten en hun milieu;

j) "grensreferentiepunten": waarden van parameters voor de visbestanden (zoals biomassa of vissterfte) die niet bereikt mogen worden omdat ze verband houden met onbekende populatiedynamiek, bestandinstorting of verminderde populatietoename;

k) "instandhoudingsreferentiepunten": waarden van parameters voor de visbestanden (zoals biomassa of vissterfte) die in het visserijbeheer worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het bepalen van een aanvaardbaar niveau van biologisch risico of een wenselijk opbrengstniveau;

l) "biologisch veilige grenzen": indicatoren voor de toestand van een bestand of de exploitatie daarvan waarbinnen het risico op onder- of overschrijding van bepaalde grensreferentiepunten gering is;

m) "vangstbeperking": een kwantitatieve beperking van de hoeveelheden van een bestand of groep bestanden die in een bepaalde periode worden aangeland, tenzij in het Gemeenschapsrecht anders is bepaald;

n) "vangstcapaciteit": de tonnage van een vaartuig in GT en het vermogen ervan in kW zoals gedefinieerd in artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad(9). Voor sommige typen van visserijactiviteit kan de capaciteit door de Raad worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de hoeveelheid en/of de grootte van het vistuig van een vaartuig;

o) "onttrekking aan de vloot": de schrapping van een vissersvaartuig uit het vissersvlootregister van een lidstaat, mits aan artikel 15, lid 1, is voldaan;

p) "toevoeging aan de vloot": de registratie van een vissersvaartuig in het vissersvlootregister van een lidstaat;

q) "vangstmogelijkheid": een gekwantificeerd legaal recht om te vissen, in termen van vangsten en/of visserij-inspanning;

r) "communautaire vangstmogelijkheid": de vangstmogelijkheden die voor de Gemeenschap beschikbaar zijn in de communautaire wateren, vermeerderd met de totale communautaire vangstmogelijkheden buiten de communautaire wateren en verminderd met de aan derde landen toegewezen communautaire vangstmogelijkheden.

Uitspraken die dit artikel aanhalen