Art. 8 Verordening (EG) nr. 2347/2002, Waarnemers

Verordening (EG) nr. 2347/2002

1. Elke lidstaat wijst, volgens een bemonsteringsplan als bedoeld in lid 2, wetenschappelijke waarnemers aan voor de vissersvaartuigen waaraan een diepzeevisdocument is afgegeven.

2. Elke lidstaat stelt een bemonsteringsplan voor het inzetten van waarnemers en voor bemonstering in de haven op dat moet garanderen dat adequate data voor de beoordeling en het beheer van de diepzeevisbestanden worden verzameld.

De Commissie beslist binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening op basis van een wetenschappelijke en statistische evaluatie over de goedkeuring van het bemonsteringsplan.

3. Nadere regels voor de toepassing van de leden 1 en 2, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 11, lid 2.

4. De wetenschappelijke waarnemer

a) registreert onafhankelijk in een logboek de in artikel 5 bedoelde informatie,

b) dient binnen 20 dagen na afloop van de waarnemingsperiode bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een verslag in. Een kopie van dit verslag wordt, 30 dagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek, aan de Commissie gezonden;

c) voert de aanvullende taken uit waarin bij het bemonsteringsplan is voorzien.

5. De wetenschappelijke waarnemer:

a) mag geen verwant zijn van de kapitein of een andere officier van het vaartuig waaraan de waarnemer is toegewezen;

b) mag niet in dienst zijn van de kapitein van het vaartuig waaraan hij is toegewezen;

c) mag niet in dienst zijn van de vertegenwoordiger van de kapitein;

d) mag niet in dienst zijn van een door de kapitein of zijn vertegenwoordiger gecontroleerd bedrijf;

e) mag geen verwant zijn van de vertegenwoordiger van de kapitein.

Vorige artikelen

Volgende artikelen