Art. 44 Verordening (EG) nr. 445/2002

Verordening (EG) nr. 445/2002

1. Wijzigingen in programmeringsdocumenten voor plattelandsontwikkeling en in enkelvoudige programmeringsdocumenten voor doelstelling 2 wat de door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde maatregelen voor plattelandsontwikkeling betreft, moeten naar behoren met redenen worden omkleed, met name aan de hand van de volgende informatie:

a) de redenen van en de eventuele problemen bij de tenuitvoerlegging die aanpassing van het programmeringsdocument rechtvaardigen;

b) de verwachte effecten van de wijziging;

c) de gevolgen uit een oogpunt van financiering en van de controle van de verbintenissen.

2. De Commissie hecht volgens de procedures van respectievelijk artikel 50, lid 2, en artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 haar goedkeuring aan de wijzigingen van de programmeringsdocumenten voor plattelandsontwikkeling, respectievelijk de enkelvoudige programmeringsdocumenten voor doelstelling 2 wat de door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde maatregelen voor plattelandsontwikkeling betreft, die betrekking hebben op:

a) de prioriteiten;

b) de hoofdkenmerken van de steunmaatregelen zoals aangegeven in bijlage II, met inbegrip van aanpassingen van de hoogte van de communautaire bijdrage;

c) het totale bedrag van de communautaire steun;

d) een wijziging van de financiële toewijzing voor enige maatregel met meer dan 10 % van het voor die maatregel voorziene bedrag voor de hele programmeringsperiode, waarbij het door de Commissie goedgekeurde programmeringsdocument als berekeningsgrondslag wordt gebruikt;

e) de aanvullende financiering in de vorm van staatssteun voor enige maatregel met een bedrag van meer dan 10 % van het voor die maatregel geplande bedrag voor de hele programmeringsperiode, waarbij het door de Commissie goedgekeurde programmeringsdocument als berekeningsgrondslag wordt gebruikt.

Het bepaalde in de eerste alinea, onder d) en e), geldt niet voor maatregelen waarvoor de financiële toewijzing kleiner is dan 5 % van het totale bedrag voor het programma voor de gehele programmeringsperiode.

3. Wijzigingen worden in één enkel voorstel per programma en maximaal eenmaal per jaar bij de Commissie ingediend.

4. Wijzigingen van financiële aard die niet onder lid 2, eerste alinea, onder d) en e) vallen, worden te gelegener tijd ter informatie aan de Commissie meegedeeld.

5. Andere dan de in de leden 2 en 4 bedoelde wijzigingen worden de Commissie ten minste twee maanden voor de inwerkingtreding ervan meegedeeld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen