Art. 33 Verordening (EG) nr. 445/2002
1. Onverminderd in individuele gevallen in aanmerking te nemen concrete omstandigheden, kunnen de lidstaten met name de volgende categorieën van overmacht aanvaarden:
a) het overlijden van het bedrijfshoofd;
b) de langdurige arbeidsongeschiktheid van het bedrijfshoofd;
c) de onteigening van een groot gedeelte van het bedrijf, indien deze onteigening op de dag waarop de verbintenis werd aangegaan, niet te voorzien was;
d) een ernstige natuurramp waardoor aan het landbouwareaal van het bedrijf ernstige schade wordt toegebracht;
e) het door een ongeluk tenietgaan van de voor de veehouderij bestemde gebouwen van het bedrijf;
f) een epizoötie die de gehele veestapel van het bedrijfshoofd of een deel ervan heeft getroffen.
De lidstaten delen de Commissie mee welke categorieën zij als overmacht erkennen.
2. De kennisgeving van gevallen van overmacht worden samen met de relevante bewijsstukken die ten genoegen van de bevoegde autoriteit aantonen dat het om overmacht gaat, binnen tien werkdagen na de datum vanaf welke het bedrijfshoofd daartoe in staat is, schriftelijk bij de bevoegde autoriteit ingediend.