Art. 21 Verordening (EG) nr. 445/2002
1. De lidstaten kunnen gedurende de looptijd van een verbintenis de omzetting ervan in een andere verbintenis toestaan op voorwaarde dat:
a) die omzetting onomstotelijk het milieu ten goede komt;
b) de bestaande verbintenis aanmerkelijk wordt versterkt;
c) de betrokken verbintenissen deel uitmaken van het goedgekeurde programma.
Op de in de eerste alinea, onder a) en b), genoemde voorwaarden kan een omzetting van een verbintenis op het gebied van milieumaatregelen in de landbouw in een verbintenis tot bebossing van landbouwgrond overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 worden toegestaan. De verbintenis in het raam van milieumaatregelen in de landbouw wordt beëindigd zonder dat terugbetaling wordt verlangd.
2. De lidstaten kunnen de mogelijkheid bieden verbintenissen tijdens de looptijd ervan aan te passen, mits het goedgekeurde programma in een dergelijke mogelijkheid voorziet en de betrokken aanpassing in het licht van de doelstellingen van de verbintenis naar behoren met redenen is omkleed.