Art. 13 Verordening (EG) nr. 445/2002
Een verbintenis om de veehouderij te extensiveren of anders te beheren, beantwoordt ten minste aan de volgende voorwaarden:
a) het graslandbeheer wordt voortgezet;
b) het veebeslag dient zodanig over het bedrijf te worden gespreid dat de volledige beweide oppervlakte wordt onderhouden, waarmee overbeweiding en onderbenutting worden voorkomen;,
c) bij de berekening van de veedichtheid wordt rekening gehouden met alle dieren die op het bedrijf weiden, dan wel, in het geval van tot beperking van de uitspoeling van nutriënten strekkende verbintenissen, met het gehele, voor de betrokken verbintenis relevante veebeslag dat op het bedrijf wordt gehouden.