Art. 22 Richtlijn 2002/87/EG, Wijzigingen van Richtlijn 73/239/EEG

Richtlijn 2002/87/EG

Richtlijn 73/239/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

1. De bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat worden geraadpleegd alvorens een vergunning wordt verleend aan een verzekeringsonderneming die:

a) een dochteronderneming is van een verzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, dan wel

b) een dochteronderneming is van de moederonderneming van een verzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, dan wel

c) onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een verzekeringsonderneming waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.

2. De bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat die verantwoordelijk is voor het toezicht op kredietinstellingen of beleggingsondernemingen, wordt geraadpleegd alvorens een vergunning wordt verleend aan een verzekeringsonderneming die:

a) een dochteronderneming is van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend, dan wel

b) een dochteronderneming is van de moederonderneming van een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend, dan wel

c) onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling of beleggingsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend.

3. De relevante in de leden 1 en 2 bedoelde bevoegde autoriteiten raadplegen elkaar in het bijzonder indien de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van de bij de leiding van een andere entiteit van dezelfde groep betrokken bestuurders worden beoordeeld. Zij stellen elkaar in kennis van alle informatie betreffende de geschiktheid van de aandeelhouders en de reputatie en ervaring van bestuurders welke van belang is voor de andere betrokken bevoegde autoriteiten, voor het verlenen van een vergunning, alsook voor de doorlopende toetsing van de naleving van de voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening.";

2. aan het einde van artikel 16, lid 2, worden de volgende alinea's toegevoegd:

"De beschikbare solvabiliteitsmarge wordt ook verminderd met:

a) deelnemingen van de verzekeringsonderneming in

- verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 6 van deze richtlijn, artikel 6 van Eerste Richtlijn 79/267/EEG van de Raad van 5 maart 1979 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe levensverzekeringsbedrijf, en de uitoefening daarvan(17) of artikel 1, onder b), van Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad(18);

- herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 1, onder c), van Richtlijn 98/78/EG;

- verzekeringsholdings in de zin van artikel 1, onder i), van Richtlijn 98/78/EG;

- kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punten 1 en 5, van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad(19);

- beleggingsondernemingen en financiële instellingen in de zin van artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG(20) en artikel 2, punten 4 en 7, van Richtlijn 93/6/EEG van de Raad(21);

b) elk van de volgende bestanddelen die de verzekeringsonderneming houdt met betrekking tot de onder a) omschreven entiteiten waarin zij een deelneming heeft:

- de in lid 3 bedoelde instrumenten;

- de in artikel 16, lid 3, van Richtlijn 73/239/EEG bedoelde instrumenten;

- achtergestelde schuldvorderingen en instrumenten als bedoeld in artikel 35 en artikel 36, lid 3, van Richtlijn 2000/12/EG.

Indien aandelen in een andere kredietinstelling, beleggingsonderneming, financiële instelling, verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding tijdelijk worden gehouden met het oog op een financiële bijstandsoperatie, bedoeld om die entiteit te saneren en te redden, kan de bevoegde autoriteit ontheffing verlenen van de bepalingen inzake aftrek als bedoeld in de vierde alinea, onder a) en b).

Als alternatief voor de aftrek van de in de vierde alinea, onder a) en b), bedoelde bestanddelen die de verzekeringsonderneming in kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en financiële instellingen houdt, mogen de lidstaten hun verzekeringsondernemingen toestaan mutatis mutandis de methoden 1, 2 of 3 van bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat(22) toe te passen. Methode 1 ('Consolidatie van jaarrekeningen') wordt alleen toegepast indien de bevoegde autoriteit overtuigd is van het niveau van geïntegreerd beheer en interne controle van de entiteiten die onder de consolidatie zouden vallen. De gekozen methode wordt in de loop van de tijd consequent toegepast.

Voor de berekening van de solvabiliteitsmarge als voorgeschreven bij deze richtlijn, kunnen de lidstaten bepalen dat verzekeringsondernemingen die onderworpen zijn aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 98/78/EG dan wel aan het aanvullende toezicht overeenkomstig Richtlijn 2002/87/EG, de in de vierde alinea, onder a) en b), bedoelde bestanddelen die worden gehouden in kredietinstellingen, financiële instellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings die onder het aanvullende toezicht vallen, niet hoeven af te trekken.

Voor de aftrek van deelnemingen als bedoeld in dit lid wordt onder deelneming verstaan een deelneming in de zin van artikel 1, onder f), van Richtlijn 98/78/EG.".

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen