Art. 3 Richtlijn 2002/83/EG, Uitgesloten werkzaamheden en instellingen

Richtlijn 2002/83/EG

Deze richtlijn heeft geen betrekking op:

1. de branches welke zijn omschreven in de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG, behoudens de toepassing van artikel 2, punt 1, onder c);

2. de verrichtingen van instellingen op het gebied van voorzorg en bijstand, waarvan de prestaties verschillen naar gelang van de beschikbare middelen, en in het kader waarvan de bijdragen van de leden forfaitair worden vastgesteld;

3. de verrichtingen van andere instellingen dan de in artikel 2 bedoelde ondernemingen die ten doel hebben aan al dan niet in loondienst werkzame personen, die in het kader van een onderneming of van een groep van ondernemingen of van een beroep of meerdere beroepen omvattende sector zijn gegroepeerd, uitkeringen te verstrekken bij overlijden, bij leven of bij beëindiging of vermindering van de werkzaamheid, ongeacht of de uit deze verrichtingen voortvloeiende verbintenissen al dan niet volledig en voortdurend door wiskundige voorzieningen zijn gedekt;

4. verzekeringen die vallen binnen een wettelijke regeling van sociale zekerheid, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 2, punt 3;

5. instellingen die uitsluitend uitkeringen bij overlijden waarborgen, wanneer het bedrag van deze uitkeringen niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de begrafeniskosten voor een sterfgeval of wanneer deze uitkeringen in natura geschieden;

6. onderlinge waarborgmaatschappijen en onderlinge verzekeringsmaatschappijen waarvan:

- de statuten de mogelijkheid bieden hetzij over te gaan tot het heffen van suppletiebijdragen, hetzij tot vermindering van de uitkeringen, hetzij een beroep te doen op de medewerking van derden die tot dat doel een verbintenis hebben aangegaan; en

- het jaarlijkse bedrag van de bijdragen, ontvangen uit hoofde van de door deze richtlijn bestreken werkzaamheden, niet meer dan 5 miljoen EUR beloopt gedurende drie achtereenvolgende jaren. Indien dit bedrag gedurende drie achtereenvolgende jaren wordt overschreden, is deze richtlijn vanaf het vierde jaar van toepassing.

Het bepaalde in dit artikel belet evenwel niet dat een onderlinge maatschappij uit hoofde van deze richtlijn een vergunning aanvraagt of haar vergunning behoudt;

7. het "Versorgungsverband deutscher Wirtschaftsorganisationen" in Duitsland, behoudens in geval van statutenwijziging ten aanzien van de bevoegdheid;

8. pensioenactiviteiten van pensioenverzekeraars als voorgeschreven in de wet op de pensioenen voor werknemers (TEL) en aanverwante Finse wettelijke regelingen op voorwaarde dat:

a) pensioenverzekeraars die reeds ingevolge de Finse wet verplicht zijn verschillende stelsels voor boekhouding en beheer van hun pensioenactiviteiten aan te houden, bovendien met ingang van de datum van toetreding voor het uitvoeren van deze activiteiten verschillende rechtspersonen in het leven zullen roepen;

b) de Finse autoriteiten zonder enig onderscheid alle onderdanen en ondernemingen van de lidstaten zullen toestaan alle in artikel 2 genoemde activiteiten die met deze uitzondering in verband staan, uit te voeren, overeenkomstig de Finse wetgeving, zowel door middel van:

- eigendom van of deelneming in een bestaande verzekeringsonderneming of groep verzekeraars;

- oprichting van of deelneming in nieuwe verzekeringsondernemingen of groepen van verzekeraars, waaronder pensioenverzekeraars;

c) de Finse autoriteiten binnen drie maanden na de datum van toetreding een rapport ter goedkeuring aan de Commissie voorleggen, waarin wordt aangegeven welke maatregelen zijn genomen om TEL-activiteiten te scheiden van normale verzekeringsactiviteiten van Finse verzekeringsondernemingen teneinde te voldoen aan alle vereisten van deze richtlijn.