Art. 2 Richtlijn 2002/55/EG

Richtlijn 2002/55/EG

1. In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a) In de handel brengen: de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van zaaizaad aan derden met het oog op commercieel gebruik, tegen of zonder vergoeding.

Onder "in de handel brengen" wordt niet verstaan de handel in zaaizaad die niet is gericht op commercieel gebruik van het ras, zoals de volgende handelingen:

- de beschikbaarstelling van zaaizaad aan officiële onderzoeks- en controle-instanties;

- de levering van zaaizaad aan verleners van diensten voor verwerking of verpakking voorzover de verlener van diensten geen rechten op het geleverde zaaizaad verwerft.

Onder "in de handel brengen" wordt niet verstaan de levering van zaaizaad onder bepaalde voorwaarden aan verleners van diensten voor de productie van bepaalde landbouwgrondstoffen voor industriële doeleinden, of voor vermeerdering van zaaizaad voor dat doel, voorzover de dienstverlener geen rechten op het geleverde zaaizaad of op de opbrengst van de oogst verwerft. De leverancier van het zaaizaad verstrekt de certificeringsdienst een afschrift van de betrokken delen van het contract met de dienstverlener, en daarin wordt vermeld aan welke normen en voorwaarden het versterkte zaaizaad op dat moment voldoet.

De voorwaarden voor de uitvoering van deze bepaling worden volgens de in artikel 46, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

b) Groenten: planten van de volgende gewassen, bestemd voor land- of tuinbouw, met uitzondering van de sierteelt

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Basiszaad: zaad

i) dat is voortgebracht onder de verantwoordelijkheid van de kweker volgens de regels voor de instandhouding met betrekking tot het ras,

ii) dat bestemd is voor de voortbrenging van zaad van de categorie gecertificeerd zaad,

iii) dat, behoudens het bepaalde in artikel 22, voldoet aan de in de bijlagen I en II opgesomde voorwaarden en

iv) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld.

d) Gecertificeerd zaad: zaad

i) dat rechtstreeks afkomstig is van basiszaad of, op verzoek van de kweker, van zaad van een aan het basiszaad voorafgaande generatie, dat kan voldoen aan de in de bijlagen I en II voor basiszaad opgesomde voorwaarden en waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat het hieraan voldoet,

ii) dat vooral voor de voortbrenging van groenten bestemd is,

iii) dat, behoudens het bepaalde in artikel 22, onder b), voldoet aan de in de bijlagen I en II voor gecertificeerd zaad opgesomde voorwaarden,

iv) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld en,

v) dat onderworpen is aan een steekproefsgewijze officiële controle achteraf op zijn rasechtheid en raszuiverheid.

e) Standaardzaad: zaad

i) dat voldoende rasecht en raszuiver is,

ii) dat vooral voor de voortbrenging van groenten bestemd is,

iii) dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage II en

iv) dat onderworpen is aan een steekproefsgewijze officiële controle achteraf op zijn rasechtheid en raszuiverheid.

f) Officiële maatregelen: maatregelen die genomen zijn:

i) door autoriteiten van een staat, of

ii) onder verantwoordelijkheid van een staat, door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen, of

iii) voor hulpwerkzaamheden, eveneens onder toezicht van een staat, door beëdigde natuurlijke personen,

mits de onder ii) en iii) genoemde personen geen bijzonder voordeel ontlenen aan het resultaat van deze maatregelen.

g) Kleine verpakkingen EG: pakjes met een maximum nettogewicht aan zaad van:

i) 5 kg voor peulvruchten,

ii) 500 g voor uien, kervel, asperges, snijbiet, rode bieten, mei- en herfstrapen, watermeloen, reuzenpompoen, pompoenen, wortelen, radijs, schorseneren, spinazie en veldsla,

iii) 100 g voor alle andere groentesoorten.

2. Wijzigingen in de in lid 1, onder b), bedoelde soortenlijsten worden volgens de in artikel 46, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

3. De verschillende typen rassen, met inbegrip van de kruisingspartners, kunnen worden gespecificeerd en gedefinieerd volgens de procedure van artikel 46, lid 2.

Vorige artikelen

Volgende artikelen