Art. 2 Richtlijn 2002/30/EG, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder
a) "luchthaven": een civiele luchthaven in de Gemeenschap waarop per kalenderjaar meer dan 50000 vliegbewegingen van civiele subsonische straalvliegtuigen plaatsvinden (een vliegbeweging is een start of landing), rekening houdend met het gemiddelde over de laatste drie kalenderjaren voordat de bepalingen van deze richtlijn op de desbetreffende luchthaven worden toegepast;
b) "grootstedelijke luchthaven": een luchthaven in het centrum van een grote stedelijke agglomeratie met startbanen van maximum 2000 meter effectieve lengte die alleen point-to-point-diensten levert tussen of binnen Europese staten, en waar een aanzienlijk aantal mensen aantoonbaar hinder ondervindt van vliegtuiglawaai en extra vliegbewegingen bijzonder storend zijn gezien de reeds extreme geluidssituatie. Deze luchthavens zijn vermeld in bijlage I. De bijlage kan worden geamendeerd overeenkomstig de procedure van artikel 13, lid 3.
c) "civiele subsonische vliegtuigen": civiele subsonische straalvliegtuigen met een gecertificeerde maximum-startmassa van 34000 kg of meer of met een gecertificeerde maximumcapaciteit voor het betrokken vliegtuigtype van meer dan 19 stoelen, de uitsluitend voor de bemanning bestemde stoelen niet meegerekend;
d) "marginaal conforme vliegtuigen": civiele subsonische straalvliegtuigen die voldoen aan de geluidsnormen, zoals vastgesteld in boekdeel 1, deel II, Hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het verdrag inzake de Internationale burgerluchtvaart, met een cumulatieve marge van niet meer dan 5EPNdB (Effective Perceived Noise in decibels - effectief waargenomen geluid in decibel), waarbij de cumulatieve marge de in EPNdB uitgedrukte waarde is die wordt verkregen door het bij elkaar optellen van de individuele marges (d.i. de verschillen tussen het gecertificeerde geluidsniveau en het maximaal toegestane geluidsniveau) op elk van de drie referentiegeluidsmeetpunten zoals omschreven in boekdeel 1, deel II, Hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het verdrag inzake de Internationale burgerluchtvaart;
e) "exploitatiebeperkingen": met de geluidssituatie samenhangende maatregelen waarbij de toegang van civiele subsonische straalvliegtuigen tot een luchthaven wordt beperkt of teruggebracht. Daaronder vallen exploitatiebeperkingen die gericht zijn op de uitdienstneming van marginaal conforme vliegtuigen op specifieke luchthavens, alsook partiële exploitatiebeperkingen, die de exploitatie van civiele subsonische straalvliegtuigen in bepaalde tijdsperiodes inperken;
f) "belanghebbende partijen": natuurlijke of rechtspersonen die de gevolgen ondervinden of waarschijnlijk zullen ondervinden van of een legitiem belang hebben bij de invoering van geluidbeperkende maatregelen, inclusief exploitatiebeperkingen;
g) "evenwichtige aanpak": aanpak waarbij de lidstaten de beschikbare maatregelen bestuderen om de geluidsproblematiek van een luchthaven op hun grondgebied aan te pakken, namelijk het te verwachten effect van een beperking van het vliegtuiglawaai bij de bron, maatregelen in de sfeer van ruimtelijke ordening, operationele procedures voor lawaaibestrijding en exploitatiebeperkingen.