Art. 16 Richtlijn 2002/24/EG

Richtlijn 2002/24/EG

1. In afwijking van artikel 15, leden 1 en 2, mogen de lidstaten, gedurende een beperkte periode binnen de in bijlage VIII aangegeven grenzen, nieuwe voertuigen die overeenstemmen met een type voertuig waarvan de goedkeuring niet langer geldig is, registreren en de verkoop of het in het verkeer brengen ervan toestaan. Deze mogelijkheid blijft beperkt tot twaalf maanden nadat de goedkeuring haar geldigheid heeft verloren.

De eerste alinea geldt slechts voor voertuigen die zich op het grondgebied van de Europese Gemeenschap bevonden, en vergezeld gingen van een geldig certificaat van overeenstemming dat was afgegeven toen de goedkeuring van het betrokken type voertuig nog geldig was, maar die nog niet geregistreerd of in het verkeer gebracht waren toen die goedkeuring haar geldigheid verloor.

2. Om voor een of meer typen van een bepaalde categorie van de door lid 1 geboden mogelijkheid gebruik te kunnen maken, moet de fabrikant bij de bevoegde instanties van elke lidstaat waarin deze voertuigen in gebruik worden genomen, een verzoek indienen. In het verzoek worden de technische en/of economische redenen vermeld waarop het is gebaseerd.

Die lidstaten besluiten binnen drie maanden of en voor welk aantal eenheden zij de registratie van het type voertuig op hun grondgebied toestaan. Elke lidstaat waarin deze typen voertuigen in gebruik worden genomen, draagt er zorg voor dat de fabrikant de voorschriften van bijlage VIII naleeft. De lidstaten doen de Commissie jaarlijks een lijst van de verleende ontheffingen toekomen.

3. Met betrekking tot voertuigen, onderdelen of technische eenheden waarin technologieën of concepten zijn verwerkt die wegens hun specifieke aard niet aan een of meer van de voorschriften van een of meer bijzondere richtlijnen kunnen voldoen, geldt artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG.