Art. 36 Universeledienstrichtlijn, Aanmelding, toezicht en evaluatieprocedures

Richtlijn 2002/22/EG (Universeledienstrichtlijn)

1. De nationale regelgevende instanties delen de Commissie uiterlijk op de in artikel 38, lid 1, tweede alinea, bedoelde toepassingsdatum en daarna in geval van een wijziging onmiddellijk de namen mee van de overeenkomstig artikel 8, lid 1, aangewezen ondernemingen met universeledienstverplichtingen.

De Commissie stelt de informatie in een gemakkelijk toegankelijke vorm beschikbaar en verstrekt deze, waar nodig, aan het in artikel 37 bedoelde Comité voor communicatie.

2. De nationale regelgevende instanties stellen de Commissie in kennis van de namen van de exploitanten die geacht worden aanmerkelijke marktmacht te hebben met het oog op deze richtlijn, alsmede van de hun uit hoofde van deze richtlijn opgelegde verplichtingen. De Commissie wordt onverwijld in kennis gesteld van alle wijzigingen van de aan de ondernemingen opgelegde verplichtingen of de ondernemingen waarop de bepalingen van deze richtlijn van toepassing zijn.

3. De Commissie evalueert op gezette tijden de werking van deze richtlijn en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, voor het eerst uiterlijk drie jaar na de datum van toepassing, als bedoeld in artikel 38, lid 1, tweede alinea. De lidstaten en nationale regelgevende instanties verstrekken daartoe aan de Commissie de noodzakelijke informatie.