Art. 17, Voorgeschreven controles betreffende diensten aan eindgebruikers
1. De lidstaten zorgen ervoor dat:
a) indien na een marktanalyse overeenkomstig artikel 16, lid 3, een nationale regelgevende instantie vaststelt dat er op een gegeven eindgebruikersmarkt, aangewezen overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn), geen sprake is van daadwerkelijke mededinging, en
b) indien de nationale regelgevende instantie vaststelt dat de verplichtingen die worden opgelegd door Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn) of door artikel 19 van deze richtlijn niet leiden tot het verwezenlijken van de doelstellingen zoals bepaald bij artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn),
de nationale regelgevende instanties passende wettelijke verplichtingen opleggen aan de ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht op een bepaalde eindgebruikersmarkt in overeenstemming met artikel 14 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn).
2. Verplichtingen die worden opgelegd krachtens lid 1 moeten gebaseerd zijn op de aard van het geconstateerde probleem, en evenredig en verantwoord zijn in het licht van de doelstellingen van artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn). De opgelegde verplichtingen kunnen inhouden dat de aangewezen ondernemingen geen buitensporige prijzen mogen vragen, de toegang tot de markt niet mogen belemmeren, de mededinging niet mogen beperken door middel van afbraakprijzen, geen ongegronde voorkeur voor bepaalde eindgebruikers aan de dag mogen leggen en diensten niet op een onredelijke wijze mogen bundelen. De nationale regelgevende instanties kunnen dergelijke ondernemingen passende prijsplafonds opleggen, verplichtingen om individuele tarieven te controleren of verplichtingen om de tarieven af te stemmen op de kosten of prijzen op vergelijkbare markten, teneinde de belangen van de eindgebruiker te beschermen en tegelijkertijd daadwerkelijke mededinging te stimuleren.
3. De nationale regelgevende instanties verstrekken de Commissie desgevraagd informatie betreffende de toegepaste controle op de eindgebruikerstarieven en, waar passend, over de door de betrokken ondernemingen gehanteerde kostentoerekeningssystemen.
4. De nationale regelgevende instanties zorgen ervoor dat, indien een onderneming aan regulering van de eindgebruikerstarieven of andere desbetreffende controles van de eindgebruikerstarieven is onderworpen, de noodzakelijke en geëigende kostentoerekeningssystemen worden toegepast. De nationale regelgevende instanties kunnen nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methode moeten worden gehanteerd. Een gekwalificeerde onafhankelijke instantie ziet toe op de inachtneming van het kostentoerekeningssysteem. De nationale regelgevende instanties zorgen ervoor dat elk jaar een verklaring omtrent de naleving van deze bepalingen wordt gepubliceerd.
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 9, lid 2, en artikel 10, passen de nationale regelgevende instanties de in lid 1 bedoelde eindgebruikerscontroleregelingen niet toe op geografische of gebruikersmarkten waar naar hun oordeel daadwerkelijke mededinging bestaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 30 november 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ3361
- CBb 1 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV2285
- CBb 14 mei 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA4935
- CBb 24 juli 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB0186
- CBb 20 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1008
- CBb 3 februari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BL4028
- CBb 30 mei 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA6289
- CBb 11 mei 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA4880
- CBb 9 mei 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA4659
- CBb 20 maart 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA1009
- CBb 27 april 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT6100