Art. 14, Ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht
1. Wanneer de bijzondere richtlijnen voorschrijven dat de nationale regelgevende instanties overeenkomstig de procedure van artikel 16 moeten bepalen of exploitanten een aanmerkelijke marktmacht hebben, zijn de leden 2 en 3 van dit artikel van toepassing.
2. Een onderneming wordt geacht een aanmerkelijke marktmacht te hebben, wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, dit wil zeggen een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen.
Wanneer de nationale regelgevende instanties beoordelen of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op de markt innemen, dienen zij meer in het bijzonder de communautaire wetgeving in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de "Richtsnoeren voor de marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht", die de Commissie bekend heeft gemaakt uit hoofde van artikel 15. De bij die beoordeling te hanteren criteria zijn aangegeven in bijlage II.
3. Wanneer een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangemerkt als onderneming met een aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de marktmacht op de ene markt op de andere markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 30 september 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6098
- CBb 3 mei 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ3146
- Conclusie A-G Ettema en Koopman 5 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:959
- CBb 25 september 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB4187
- Rb. Gelderland 31 januari 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:448
- Rb. Den Haag 29 januari 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:1004
- Hof Den Haag 18 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1643
- Hof Amsterdam 4 oktober 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6548