Art. 20, Beslechting van geschillen tussen ondernemingen
1. Wanneer op een onder deze richtlijn of de bijzondere richtlijnen vallend gebied een geschil in verband met de verplichtingen ontstaat tussen ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken of -diensten aanbieden in een lidstaat, neemt de betrokken nationale regelgevende instantie op verzoek van een van beide partijen en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in lid 2, een bindend besluit om het geschil te beslechten, en wel zo spoedig mogelijk of in ieder geval binnen vier maanden, met uitzondering van uitzonderlijke omstandigheden. De betrokken lidstaten zorgen ervoor dat alle partijen volledig met de nationale regelgevende instantie samenwerken.
2. De lidstaten kunnen bepalen dat de nationale regelgevende instanties kunnen besluiten een geschil niet op te lossen door middel van een bindend besluit wanneer er andere mechanismen bestaan, met inbegrip van bemiddeling, die beter zouden bijdragen tot het tijdige beslechten van het geschil overeenkomstig artikel 8. De nationale regelgevende instantie stelt de partijen daarvan onverwijld in kennis. Indien het geschil na 4 maanden niet is beslecht en indien het geschil door de eisende partij nog niet voor de rechter is gebracht, neemt de regelgevende instantie op verzoek van een van de partijen een bindend besluit om het geschil zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen 4 maanden, te beslechten.
3. Bij het beslechten van een geschil laat de nationale regelgevende instantie zich leiden door het nastreven van de doelstellingen van artikel 8. De verplichtingen die de nationale regelgevende instantie aan een onderneming oplegt in het kader van het oplossen van een geschil moeten voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn of van de bijzondere richtlijnen.
4. Het besluit van de nationale regelgevende instantie wordt openbaar gemaakt, met inachtneming van het zakengeheim. Het besluit dient voor de betrokken partijen volledig met redenen te worden omkleed.
5. De procedure van de leden 1, 3 en 4 laat het recht van elk der partijen om bij de rechterlijke instanties een procedure in te leiden, onverlet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 16 juni 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT7789
- CBb 3 juli 2015, ECLI:NL:CBB:2015:210
- CBb 16 juni 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AT7786
- Rb. 's-Gravenhage 28 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2856
- Hof Den Haag 1 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:925
- Hof Den Haag 1 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:922
- CBb 25 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:90
- CBb 20 december 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO7997
- CBb 11 november 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AU6002