Art. 6 Toegangsrichtlijn, Systemen van voorwaardelijke-toegang en andere faciliteiten
Richtlijn 2002/19/EG (Toegangsrichtlijn)
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de voorwaarden van de bijlage I, deel I, van toepassing zijn met betrekking tot de voorwaardelijke toegang tot digitale televisie- en radio-omroepdiensten ten behoeve van kijkers en luisteraars in de Gemeenschap, ongeacht de wijze van doorgifte.
2. In het licht van de ontwikkelingen van de markt en de technologische ontwikkelingen kan bijlage I worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 14, lid 3.
3. Niettegenstaande lid 1 kunnen de lidstaten hun nationale regelgevende instantie machtigen om zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze richtlijn, en vervolgens op gezette tijden, een evaluatie uit te voeren van de uit hoofde van dit artikel toegepaste voorwaarden, door overeenkomstig lid 1 van artikel 16 van Richtlijn 2002/21/EG (kaderrichtlijn) een marktanalyse uit te voeren om te bepalen of zij moeten worden gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken.
Wanneer een nationale regelgevende instantie uit die marktanalyse opmaakt dat één of meer exploitanten op de desbetreffende markt geen aanmerkelijke macht bezitten, kan zij de voorwaarden met betrekking tot die exploitanten wijzigen of intrekken overeenkomstig de procedure van de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2002/21/EG (kaderrichtlijn), doch alleen voorzover:
a) de toegankelijkheid voor eindgebruikers van radio- en televisie-uitzendingen, omroepkanalen en diensten, nader aangeduid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2001/22/EG (universeledienstrichtlijn), niet door een dergelijke wijziging of intrekking wordt aangetast; en
b) de vooruitzichten voor werkelijke mededinging in de markten voor:
i) detailhandel in digitale televisie- en radio-omroepdiensten en
ii) systemen van voorwaardelijke toegang en andere bijbehorende faciliteiten
niet door een dergelijke wijziging of intrekking worden aangetast.
Voor de voorafgaande kennisgeving aan de partijen waarvoor een dergelijke wijziging of opheffing van verplichtingen geldt wordt een passende termijn in acht genomen.
4. Voorwaarden die in overeenstemming met dit artikel worden opgelegd doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten verplichtingen op te leggen in verband met de presentatie van elektronische programmagidsen en soortgelijke overzichts- en navigatiefaciliteiten.