Art. 19 Verordening (EG) nr. 2535/2001
Verordening (EG) nr. 2535/2001
1. Het verlaagde minimumrecht wordt slechts toegepast na overlegging van de aangifte voor het vrije verkeer, vergezeld van het invoercertificaat en, wat de hieronder bedoelde invoer betreft, van het bewijs van oorsprong dat is afgegeven in toepassing van respectievelijk:
a) protocol nr. 4 bij de Europaovereenkomsten tussen de Gemeenschap en respectievelijk Hongarije(30), Polen(31), de Tsjechische Republiek(32), de Slowaakse Republiek(33), Roemenië(34), Bulgarije(35) en Slovenië(36);
b) protocol nr. 3 bij de Europaovereenkomsten tussen de Gemeenschap en respectievelijk Letland(37), Estland(38) en Litouwen(39);
c) protocol nr. 1 bij bijlage IV van de op 23 juni 2000 te Cotonou ondertekende ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, van toepassing krachtens Besluit nr. 1/2000 van de ACS-EG-Raad van Ministers(40) (hierna "de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst");
d) protocol nr. 3 bij Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije;
e) protocol nr. 1 bij de overeenkomst met Zuid-Afrika.
2. De overeenkomstig de in lid 1, onder a) en b), bedoelde overeenkomsten ingevoerde producten mogen slechts in het vrije verkeer worden gebracht na overlegging van het certificaat EUR 1, of van een verklaring die door de exporteur overeenkomstig de bepalingen van vorengenoemde protocollen is opgesteld.