Art. 15 Verordening (EG) nr. 1808/2001

Verordening (EG) nr. 1808/2001

1. De aanvrager vult waar passend de vakken 1, 3, 4, 5 en 8 tot en met 23 van het aanvraagformulier en de vakken 1, 3, 4, 5 en 8 tot en met 22 van het origineel en van alle kopieën in. De lidstaten kunnen echter bepalen dat alleen een aanvraag moet worden ingevuld; in een dergelijk geval mag deze aanvraag betrekking hebben op meer dan één zending.

2. Het/De naar behoren ingevulde formulier(en) wordt/worden ingediend bij de administratieve instantie van de lidstaat waar de specimens zich bevinden en bevat(ten) de gegevens en gaat/gaan vergezeld van de bewijsstukken welke die instantie noodzakelijk acht om te kunnen vaststellen of krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 338/97 een vergunning of certificaat moet worden afgegeven. Het niet vermelden van gegevens in de aanvraag wordt gemotiveerd. Wanneer een aanvraag wordt ingediend voor een vergunning of een certificaat met betrekking tot specimens waarvoor een dergelijke aanvraag eerder werd afgewezen, stelt de aanvrager de administratieve instantie in kennis van deze eerdere afwijzing.

3. Wanneer ter staving van een aanvraag voor een wederuitvoercertificaat een "kopie voor de aanvrager" van een invoervergunning, een "kopie voor de invoerder" van een kennisgeving van invoer of een op basis daarvan afgegeven certificaat wordt overgelegd, worden deze documenten pas aan de aanvrager teruggegeven nadat daarop het correcte aantal specimens waarvoor het document geldig blijft, is vermeld. Een dergelijk document wordt niet aan de aanvrager teruggegeven indien het wederuitvoercertificaat wordt afgegeven voor het totale aantal specimens waarvoor het document geldig is, of indien het wordt vervangen overeenkomstig artikel 21. De administratieve instantie controleert de geldigheid van de eventueel ter staving overgelegde documenten, zo nodig in overleg met een administratieve instantie van een andere lidstaat.

De eerste alinea is eveneens van toepassing wanneer een certificaat wordt overgelegd ter staving van een aanvraag voor een uitvoervergunning.

Wanneer specimens onder toezicht van een administratieve instantie van een lidstaat individueel zijn gemerkt teneinde de verwijzing naar de in de eerste en de tweede alinea bedoelde documenten te vergemakkelijken, behoeven deze niet materieel tegelijk met de aanvraag te worden overgelegd indien het nummer ervan in de aanvraag wordt vermeld.

Ingeval geen documenten zoals bedoeld in de eerste, de tweede en de derde alinea ter staving worden overgelegd, controleert de administratieve instantie, zo nodig in overleg met een administratieve instantie van een andere lidstaat, of de voor (weder)uitvoer bestemde specimens wettig de Gemeenschap zijn binnengebracht of daarin zijn verkregen.

4. Indien een administratieve instantie om de in lid 3 bedoelde redenen een administratieve instantie van een andere lidstaat raadpleegt, dient deze laatste binnen een termijn van één week te antwoorden.