Art. 5 Verordening (EG) nr. 1338/2001, Verplichte inlevering van valse munten ter identificatie
Verordening (EG) nr. 1338/2001
1. Door de lidstaten wordt overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijken een nationaal analysecentrum voor munten (NACM) aangewezen of opgericht.
2. De bevoegde nationale autoriteiten staan toe dat munten waarvan wordt vermoed dat zij vals zijn, door het NACM worden onderzocht, en verschaffen het NACM onverwijld ter analyse en identificatie de nodige exemplaren van elk type munt waarvan wordt vermoed dat het vals is, alsmede de technische en statistische gegevens waarover zij beschikken. Het NACM doet het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) ieder nieuw type munt toekomen waarvan wordt vermoed dat het vals is volgens de door het ETWC vastgestelde criteria; daartoe stelt de Europese Centrale Bank de technische en statistische gegevens betreffende de valse euromunten waarover zij beschikt, aan de NACM's ter beschikking.
3. Lid 2 wordt op zodanige wijze toegepast dat het geen beletsel vormt om munten waarvan wordt vermoed dat zij vals zijn, te bewaren en te gebruiken als bewijsmiddel in het kader van strafprocedures.
4. Het ETWC analyseert en classificeert elk nieuw type valse euromunt. Daartoe heeft het ETWC toegang tot de bij de Europese Centrale Bank opgeslagen technische en statistische gegevens betreffende valse euromunten. Het ETWC deelt het eindresultaat van zijn analyse mee aan de bevoegde nationale autoriteiten, alsmede aan de Commissie en de Europese Centrale Bank voorzover zulks onder hun respectieve bevoegdheden valt. De Europese Centrale Bank deelt dit resultaat mee aan Europol overeenkomstig het in artikel 3, lid 3, bedoelde akkoord.