Art. 4 Verordening (EG) nr. 1206/2001, Vorm en inhoud van het verzoek
Verordening (EG) nr. 1206/2001
1. Het verzoek wordt ingediend met gebruikmaking van formulier A in de bijlage of, in voorkomend geval, formulier I. Het verzoek bevat de volgende gegevens:
a) het verzoekende en voorzover nodig het aangezochte gerecht;
b) de namen en adressen van de partijen en eventueel van hun vertegenwoordigers;
c) de aard en het onderwerp van het geding en een beknopte uiteenzetting van de feiten;
d) een omschrijving van de handeling tot het verkrijgen van bewijs die moet worden verricht;
e) bij een verzoek om een persoon te verhoren:
- de namen en adressen van de te verhoren personen,
- de vragen die aan de te verhoren personen moeten worden gesteld, dan wel de feiten waarover zij moeten worden verhoord,
- in voorkomend geval de vermelding van een recht van verschoning gegrond op de wet van de lidstaat van het verzoekende gerecht,
- het verzoek om de verklaring onder ede of belofte af te nemen en, eventueel, de formule die daarbij moet worden gebruikt,
- in voorkomend geval alle andere informatie die het verzoekende gerecht noodzakelijk acht,
f) bij een verzoek om enige andere vorm van bewijsverkrijging, de stukken of andere voorwerpen die moeten worden onderzocht;
g) in voorkomend geval een verzoek krachtens de artikel 10, leden 3 en 4, en de artikelen 11 en 12 en de voor de toepassing van die bepalingen noodzakelijke inlichtingen.
2. Noch het verzoek, noch de bij het verzoek gevoegde stukken behoeven legalisatie of enige andere vergelijkbare formaliteit.
3. Stukken die naar het oordeel van het verzoekende gerecht noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het verzoek en derhalve moeten worden toegevoegd, moeten vergezeld gaan van een vertaling in de taal waarin het verzoek is gesteld.