Art. 2 Verordening (EG) nr. 1206/2001, Rechtstreeks verkeer tussen de gerechten

Verordening (EG) nr. 1206/2001

1. Verzoeken uit hoofde van artikel 1, lid 1, onder a), hierna "verzoeken" te noemen, worden door het gerecht waarvoor de procedure reeds aanhangig of voorgenomen is, hierna "verzoekend gerecht" te noemen, rechtstreeks aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat, hierna het "aangezochte gerecht" te noemen, gezonden ter verrichting van handelingen tot het verkrijgen van bewijs.

2. Iedere lidstaat stelt een lijst op van de gerechten die bevoegd zijn om handelingen tot het verkrijgen van bewijs te verrichten overeenkomstig deze verordening. In de lijst worden ook de territoriale en, in voorkomend geval, de bijzondere bevoegdheid van deze gerechten aangegeven.