Art. 5 Verordening (EG) nr. 999/2001, Indeling

Verordening (EG) nr. 999/2001

1. De BSE-status van een lidstaat, van een derde land of een gebied (hierna: "land of gebied") daarvan kan alleen worden bepaald aan de hand van de criteria van bijlage II, hoofdstuk A, en van het resultaat van een risicoanalyse op basis van alle in bijlage II, hoofdstuk B, omschreven potentiële factoren van de BSE-uitbraak en de ontwikkeling, daarvan.

De lidstaten en de derde landen die willen blijven voorkomen op de lijsten van derde landen die de onder deze verordening vallende levende dieren of producten naar de Gemeenschap mogen uitvoeren, dienen bij de Commissie een verzoek in om hun BSE-status te bepalen, tezamen met de relevante informatie over de in bijlage II, hoofdstuk A, genoemde criteria en de in bijlage II, hoofdstuk B, bedoelde mogelijke risicofactoren, alsmede over de ontwikkeling daarvan.

2. Het besluit over een verzoek tot indeling van een lidstaat of derde land of een gebied daarvan in een van de categorieën van bijlage II, hoofdstuk C, wordt genomen volgens de procedure van artikel 24, lid 2, met inachtneming van de in lid 1 bedoelde criteria en mogelijke risicofactoren.

Het besluit wordt genomen binnen zes maanden na de indiening van het verzoek met de in lid 1, tweede alinea bedoelde relevante informatie. Indien de Commissie van oordeel is dat het bewijsmateriaal niet de in bijlage II, hoofdstukken A en B, bedoelde informatie bevat, verzoekt zij om binnen een nader te bepalen termijn aanvullende informatie te verstrekken. Het definitieve besluit wordt dan genomen binnen zes maanden na toezending van de volledige informatie.

Nadat het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE) een procedure voor de indeling van landen in de verschillende categorieën heeft vastgesteld en het verzoekende land in een van deze categorieën heeft ingedeeld, kan zo nodig volgens de procedure van artikel 24, lid 2, beslist worden de indeling waartoe voor het betrokken land overeenkomstig de eerste alinea van dit lid was besloten, opnieuw te bezien.

3. Indien de Commissie vaststelt dat de door een lidstaat of een derde land overeenkomstig bijlage II, hoofdstukken A en B, verstrekte informatie ontoereikend of onduidelijk is, kan zij de BSE-status van die lidstaat of dat derde land bepalen volgens de procedure van artikel 24, lid 2, aan de hand van een volledige risicoanalyse.

Deze risicoanalyse veronderstelt dat een afdoend statistisch overzicht van de epizoötie van TSE in die lidstaat of dat derde land wordt opgesteld, waarbij in een screeningprocedure de snelle tests worden toegepast. De Commissie houdt rekening met de indelingscriteria van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten.

De snelle tests worden te dien einde volgens de procedure van artikel 24, lid 2, erkend en aan een in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, bedoelde lijst toegevoegd.

De screeningprocedure kan ook gebruikt worden door lidstaten en derde landen die de indeling die zij op basis daarvan verkregen hebben, volgens de procedure van artikel 24, lid 2, door de Commissie willen laten goedkeuren.

De kosten van deprocedure komen ten laste van die lidstaat of dat derde land.

4. Lidstaten en derde landen die binnen zes maanden na 1 juli 2001 niet overeenkomstig lid 1 een verzoek hebben ingediend, worden, zolang zij geen verzoek indienen, wat de verzending vanaf hun grondgebied van levende dieren en producten van dierlijke oorsprong betreft, ingedeeld in categorie 5 volgens bijlage II, hoofdstuk C.

5. De lidstaten stellen de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van epidemiologische bewijzen of andere gegevens die tot verandering van de BSE-status kunnen leiden, met name de resultaten van de in artikel 6 bedoelde programma's voor toezicht.

6. Volgens de procedure van artikel 24, lid 2, wordt de handhaving van een derde land op een van de in de communautaire regelgeving bedoelde lijsten van landen die naar de Gemeenschap levende dieren en producten van dierlijke oorsprong waarvoor deze verordening specifieke voorschriften bevat, mogen uitvoeren - rekening houdend met de beschikbare informatie of in geval van TSE vermoeden -, afhankelijk gesteld van het verstrekken van de in lid 1 bedoelde informatie. Indien het land weigert die informatie binnen drie maanden na het verzoek van de Commissie te verstrekken, is lid 4 van dit artikel van toepassing, zolang die informatie niet is verstrekt en niet overeenkomstig lid 2 of lid 3 geëvalueerd kan worden.

Om in aanmerking te komen voor uitvoer naar de Gemeenschap van levende dieren of producten van dierlijke oorsprong waarvoor deze verordening specifieke voorschriften bevat, volgens de voorwaarden die horen bij hun door de Commissie vastgestelde categorie, moeten derde landen zich ertoe verbinden de Commissie onverwijld schriftelijk in kennis te stellen van epidemiologisch of ander bewijsmateriaal dat tot verandering van de BSE-status kan leiden.

7. Volgens de procedure van artikel 24, lid 2, kan op grond van de resultaten van de in artikel 21 bedoelde controles, de BSE-indeling van een lidstaat, een derde land of een gebied daarvan bij besluit gewijzigd worden.

8. De in de leden 2, 3, 4, 6 en 7 bedoelde besluiten worden met inachtneming van de aanbevolen criteria van bijlage II, hoofdstukken A en B op een risicoanalyse gebaseerd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen