Art. 4 Verordening (EG) nr. 213/2001, Validatie van referentiemethoden
1. Een referentiemethode wordt gevalideerd als zij overeenstemt met vooraf vastgestelde precisiecriteria betreffende de herhaalbaarheids- en de reproduceerbaarheidsgrens.
2. Als een in de betrokken verordeningen vastgestelde referentiemethode niet gevalideerd is, stellen de lidstaten een voorlopige reproduceerbaarheidsgrens vast.
Deze grens wordt bepaald overeenkomstig de procedure van bijlage III, onder b). Gedurende de eerste achttien maanden na de inwerkingtreding van deze verordening mogen de lidstaten echter een gelijkwaardige procedure toepassen.
Ten minste eenmaal per jaar wordt geverifieerd of de vastgestelde grens wordt gehaald.
3. Wanneer uit de resultaten van de toepassing van gevalideerde referentiemethoden of methoden met voorlopige precisiecijfers blijkt dat een grens is overschreden, wordt de in bijlage IV beschreven methode ter evaluatie van de analyseresultaten gebruikt om het kritische verschil ten opzichte van die grens te bepalen.