Art. 9 Verordening (EG) nr. 70/2001, Doorzichtigheid en controle
1. Wanneer een krachtens deze verordening vrijgestelde steunregeling ten uitvoer wordt gelegd of wanneer zonder toepassing van een steunregeling een krachtens deze verordening vrijgestelde individuele steunmaatregel wordt genomen, zendt de betrokken lidstaat de Commissie binnen 20 werkdagen, ter bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in de in bijlage II vastgestelde vorm, een samenvatting van de informatie betreffende deze steunregeling of individuele steunmaatregel toe.
2. De lidstaten leggen gedetailleerde dossiers aan van de krachtens deze verordening vrijgestelde steunregelingen, de op grond van deze regelingen verleende individuele steun en de krachtens deze verordening vrijgestelde individuele steunmaatregelen die zonder toepassing van een bestaande steunregeling worden genomen. Deze dossiers moeten alle informatie bevatten die noodzakelijk is om te kunnen nagaan of aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden voor vrijstelling is voldaan, met inbegrip van informatie waaruit blijkt dat de betrokken onderneming de status van kleine of middelgrote onderneming bezit. De lidstaten bewaren een dossier betreffende een individuele steunmaatregel gedurende tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip van verlening van de steun, en een dossier betreffende een steunregeling gedurende tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip van de laatste individuele steunverlening op grond van deze regeling. De betrokken lidstaat verstrekt de Commissie op haar schriftelijk verzoek binnen 20 werkdagen, of binnen de langere termijn die de Commissie in haar verzoek vaststelt, alle informatie die de Commissie nodig acht om te kunnen nagaan of aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan.
3. De lidstaten stellen voor elk kalenderjaar of gedeelte van een kalenderjaar tijdens hetwelk deze verordening van kracht is, in de in bijlage III vastgestelde vorm, ook in elektronische vorm, een verslag over de toepassing van deze verordening op. De lidstaten verstrekken de Commissie dit verslag uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de periode waarop het betrekking heeft.