Art. 46 Verordening (EG) nr. 45/2001, Taken
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming:
a) hoort klachten aan en onderzoekt deze, en stelt de betrokkenen binnen een redelijke termijn in kennis van het resultaat van zijn onderzoek,
b) stelt op eigen initiatief of op basis van klachten onderzoeken in, en stelt de betrokkenen binnen een redelijke termijn in kennis van het resultaat;
c) ziet toe op en zorgt voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening en van elk ander communautair besluit betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door een communautaire instelling of door een communautair orgaan, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bij de uitoefening van zijn jurisdictionele taak;
d) adviseert op eigen initiatief of in het kader van een raadpleging alle communautaire instellingen of organen in verband met alle aangelegenheden betreffende de verwerking van persoonsgegevens, met name alvorens zij interne voorschriften betreffende de bescherming van fundamentele rechten en vrijheden met het oog op de verwerking van persoonsgegevens opstellen;
e) volgt de relevante ontwikkelingen voorzover deze de bescherming van persoonsgegevens beïnvloeden, met name de ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologieën;
f) i) werkt samen met de in artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG bedoelde nationale toezichthoudende autoriteiten van de landen waarop die richtlijn van toepassing is voorzover dat voor de uitoefening van hun onderscheiden taken nodig is, met name door uitwisseling van alle nuttige informatie, door een dergelijke autoriteit of een dergelijk orgaan te verzoeken zijn bevoegdheden uit te oefenen of door te reageren op een verzoek van een dergelijke autoriteit of een dergelijk orgaan;
ii) werkt eveneens samen met de uit hoofde van titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie ingestelde toezichthoudende organen voor de bescherming van persoonsgegevens, met name om de samenhang te verbeteren bij de toepassing van de regels en procedures, met de zorg voor de eerbiediging waarvan die organen zijn belast;
g) neemt deel aan de werkzaamheden van de bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG opgerichte Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens;
h) bepaalt, motiveert en publiceert de in artikel 10, lid 2, onder b), artikel 10, leden 4, 5 en 6, artikel 12, lid 2, artikel 19, en artikel 37, lid 2, bedoelde uitzonderingen, waarborgen, machtigingen en voorwaarden;
i) houdt van de verwerkingen waarvan hem overeenkomstig artikel 27, lid 2, kennis is gegeven en die overeenkomstig artikel 27, lid 5, geregistreerd zijn, een register bij en stelt de middelen ter beschikking om toegang te verkrijgen tot de overeenkomstig artikel 26 door de functionarissen voor gegevensbescherming bijgehouden registers;
j) voert met betrekking tot de verwerkingen waarvan hem kennis is gegeven, een voorafgaand onderzoek uit;
k) stelt zijn reglement van orde vast.