Art. 42 Verordening (EG) nr. 45/2001, Benoeming

Verordening (EG) nr. 45/2001

1. Het Europees Parlement en de Raad benoemen in onderlinge overeenstemming de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming voor een termijn van vijf jaar, op basis van een lijst van kandidaten die de Commissie na een openbare sollicitatieoproep opstelt.

Volgens dezelfde procedure en voor dezelfde periode wordt een adjunct-toezichthouder benoemd. Deze assisteert de Toezichthouder bij al diens taken en vervangt hem bij afwezigheid of verhindering.

2. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wordt gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden en die duidelijk over de ervaring en de bekwaamheid beschikken om het ambt van Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming uit te oefenen, met name omdat zij behoren of behoord hebben tot de in artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG bedoelde toezichthoudende autoriteiten.

3. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is herbenoembaar.

4. Behoudens in geval van normale vervanging of van overlijden eindigt de ambtsvervulling van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wanneer hij ontslag neemt of overeenkomstig lid 5 van zijn ambt ontheven wordt verklaard.

5. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kan op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uit zijn ambt ontheven worden verklaard, of kan zijn recht op pensioen of pensioenvervangende voordelen verliezen indien hij niet meer aan de eisen voor de uitoefening van dat ambt voldoet of op ernstige wijze is tekortgeschoten.

6. In geval van normale opvolging en vrijwillig ontslag blijft de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in functie totdat in zijn vervanging is voorzien.

7. De artikelen 12 tot en met 15 en 18 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen gelden eveneens voor de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

8. De leden 2 tot en met 7 gelden tevens voor de adjunct-toezichthouder.

Artikel 3

Statuut en algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, personeel en financiële middelen

1. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie stellen in onderlinge overeenstemming het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming vast, en met name zijn salaris, toelagen en elk in de plaats van een bezoldiging komend voordeel.

2. De Begrotingsautoriteit draagt er zorg voor dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de voor de uitvoering van zijn taken benodigde personele en financiële middelen beschikt.

3. De begroting van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming valt onder een specifieke begrotingslijn van afdeling VIII van de algemene begroting van de Europese Unie.

4. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wordt bijgestaan door een secretariaat. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming benoemt de ambtenaren en andere personeelsleden van het secretariaat en is hun hiërarchische meerdere. Deze personeelsleden staan uitsluitend onder zijn leiding. Hun aantal wordt ieder jaar in het kader van de begrotingsprocedure vastgesteld.

5. De ambtenaren en de andere personeelsleden van het secretariaat van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zijn onderworpen aan de verordeningen en regelingen die van toepassing zijn op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.

6. Ten aanzien van vraagstukken betreffende zijn personeel wordt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gelijkgesteld met de instellingen in de zin van artikel 1 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen