Art. 3 Richtlijn 2001/82/EG

Richtlijn 2001/82/EG

Deze richtlijn is niet van toepassing op:

1. diervoeders met medicinale werking zoals omschreven in Richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking(10).

Diervoeders met medicinale werking mogen echter slechts worden bereid uit voormengsels voor diervoeders met medicinale werking waarvoor overeenkomstig de onderhavige richtlijn een vergunning is afgegeven;

2. geïnactiveerde immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik die zijn vervaardigd met behulp van pathogene organismen en antigenen afkomstig van een dier of van dieren van eenzelfde houderijbedrijf en die worden gebruikt om dat dier of dat bedrijf in dezelfde plaats te behandelen;

3. geneesmiddelen die in de apotheek volgens een recept voor een bepaald dier worden bereid, algemeen "formula magistralis" geheten;

4. geneesmiddelen die in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van een farmacopee worden bereid en die voor directe verstrekking aan de eindgebruiker zijn bestemd, algemeen "formula officinalis" geheten;

5. geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik op basis van radioactieve isotopen;

6. de toevoegingsmiddelen, bedoeld in Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 novermber 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding(11), die overeenkomstig de voorwaarden van genoemde richtlijn in diervoeders en in aanvullende diervoeders zijn opgenomen.

De lidstaten kunnen bij de toepassing van artikel 10, lid 1, onder c) en lid 2, evenwel rekening houden met de in de punten 3 en 4 van de eerste alinea bedoelde geneesmiddelen.