Art. 28 Richtlijn 2001/34/EG
1. Bij de toelating van door financiële instellingen uitgegeven effecten moet het prospectus bevatten:
a) ten minste de gegevens die in schema A of B van bijlage I, hoofdstukken 1, 2, 3, 5 en 6, voor aandelen respectievelijk obligaties genoemd zijn en
b) gegevens die zijn aangepast aan de aard van de betrokken uitgevende instellingen en die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in schema A of B van bijlage I, hoofdstukken 4 en 7, genoemd zijn, zulks volgens voorschriften die daartoe in de nationale wetgeving of door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld.
2. De lidstaten bepalen op welke financiële instellingen dit artikel van toepassing is.
3. De regeling van dit artikel kan worden uitgebreid tot:
a) instellingen voor collectieve belegging waarvan de bewijzen van deelneming niet krachtens artikel 3, lid 2, onder a), van de werkingssfeer van de richtlijn zijn uitgesloten,
b) financieringsmaatschappijen die geen andere activiteiten uitoefenen dan het aantrekken van kapitaal ten behoeve van hun moedermaatschappij of van met deze verbonden ondernemingen en
c) maatschappijen die houder zijn van een portefeuille effecten, licenties of octrooien, en geen andere activiteit uitoefenen dan het beheer van deze portefeuille.