Art. 4 Richtlijn 2001/14/EG, Instelling, vaststelling en inning van gebruiksrechten
1. De lidstaten stellen met inachtneming van de in artikel 4 van Richtlijn 91/440/EEG vastgelegde beheersmatige onafhankelijkheid een kaderregeling voor de heffingen vast.
Met inachtneming van de voorwaarde van beheersmatige onafhankelijkheid stellen de lidstaten specifieke tariferingsvoorschriften vast of delegeren zij deze bevoegdheid van de infrastructuurbeheerder. De vaststelling van de heffing voor het gebruik van de infrastructuur en de inning ervan is een bevoegdheid van de infrastructuurbeheerder.
2. Is de infrastructuurbeheerder in juridisch of organisatorisch opzicht of wat de besluitvorming betreft, niet onafhankelijk van spoorwegondernemingen, dan vallen de in dit hoofdstuk beschreven taken, met uitzondering van de inning van de gebruiksrechten, onder de bevoegdheid van een tariferingsinstantie die wel in juridisch en organisatorisch opzicht en wat de besluitvorming betreft onafhankelijk is van spoorwegondernemingen.
3. De infrastructuurbeheerders werken samen met het oog op een efficiënte exploitatie van treindiensten die worden verleend over meerdere infrastructuurnetten heen. Zij beogen in het bijzonder een optimale concurrentiepositie van het internationaal goederenvervoer per spoor en zorgen voor een efficiënt gebruik van het trans-Europees netwerk voor goederenvervoer per spoor (TENGS). Zij kunnen hiertoe samenwerkingsverbanden oprichten. Samenwerkingsverbanden of andere vormen van samenwerking vallen onder de bepalingen van deze richtlijn.
4. De infrastructuurbeheerders zorgen ervoor dat de gebruikte tariferingsregeling voor hun gehele net op dezelfde beginselen berust, tenzij op grond van artikel 8, lid 2, specifieke regelingen zijn getroffen.
5. De infrastructuurbeheerders vergewissen zich ervan dat de toepassing van de tariferingsregeling resulteert in gelijkwaardige en niet-discriminerende gebruiksrechten wanneer verschillende spoorwegondernemingen in soortgelijke delen van de markt diensten van vergelijkbare aard verrichten, en dat de daadwerkelijk geheven rechten aan de voorschriften van de netverklaring voldoen.
6. De infrastructuurbeheerder en de tariferingsinstantie eerbiedigen de vertrouwelijkheid uit commercieel oogpunt van de hun door de aanvrager verstrekte gegevens.