Art. 1 Richtlijn 2001/14/EG, Toepassingsgebied

Richtlijn 2001/14/EG

1. Deze richtlijn betreft de beginselen en procedures die bij de vaststelling en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur en de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit moeten worden toegepast.

De lidstaten zien erop toe dat de heffings- en capaciteitstoewijzingsregelingen voor spoorweginfrastructuur voldoen aan de in deze richtlijn vervatte beginselen om zodoende de infrastructuurbeheerder in staat te stellen de beschikbare infrastructuurcapaciteit op de markt te brengen en zo effectief mogelijk te benutten.

2. Deze richtlijn is van toepassing op het gebruik van spoorweginfrastructuur voor binnenlandse of internationale spoorwegdiensten.

3. De lidstaten kunnen van het toepassingsgebied van de richtlijn uitsluiten:

a) autonome plaatselijke en regionale netten voor vervoerdiensten voor reizigers op spoorweginfrastructuur;

b) netten die alleen bestemd zijn voor stads- en voorstadsvervoerdiensten voor reizigers;

c) regionale netten die alleen worden gebruikt voor goederenvervoerdiensten door een spoorwegonderneming die niet onder Richtlijn 91/440/EEG valt, zolang geen andere aanvrager capaciteit op dat net aanvraagt;

d) spoorweginfrastructuur in particulier bezit die uitsluitend door de eigenaar voor diens goederenvervoer gebruikt wordt.

4. Vervoersactiviteiten in de vorm van pendeldiensten voor het vervoer van wegvoertuigen door de Kanaaltunnel vallen niet onder deze richtlijn.