Art. 26 Richtlijn 2001/14/EG, Capaciteitsvergrotingsplan
1. Binnen zes maanden na afronding van de capaciteitsanalyse legt de infrastructuurbeheerder een capaciteitsvergrotingsplan voor.
2. Het capaciteitsvergrotingsplan wordt opgesteld na overleg met de gebruikers van de betrokken overbelaste infrastructuur.
In het plan worden omschreven:
a) de redenen voor de overbelasting,
b) de vermoedelijke toekomstige ontwikkeling van het verkeer,
c) de beperkingen ten aanzien van de infrastructurele ontwikkeling,
d) de mogelijkheden voor en kosten van de capaciteitsvergroting, met inbegrip van te verwachten wijzigingen van de toegangsrechten,
en wordt aan de hand van een kosten-batenanalyse van de gevonden mogelijke maatregelen bepaald welke maatregelen zullen worden genomen om de infrastructuurcapaciteit te vergroten, inclusief een tijdschema voor uitvoering ervan.
Het plan kan worden onderworpen aan voorafgaande goedkeuring door de lidstaat.
3. De infrastructuurbeheerder mag geen rechten meer heffen voor het gebruik van de betrokken infrastructuur op grond van artikel 7, lid 4, indien:
a) hij geen capaciteitsvergrotingsplan voorlegt of
b) talmt met de uitvoering van het actieplan dat vastgelegd is in het capaciteitsvergrotingsplan.
Onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthoudende instantie als bedoeld in artikel 30 mag de infrastructuurbeheerder zulke rechten echter blijven heffen indien:
a) het capaciteitsvergrotingsplan niet kan worden uitgevoerd door overmacht of
b) de beschikbare mogelijkheden economisch of financieel niet haalbaar zijn.