Art. 53 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Hoeveelheid te leveren wijn

Verordening (EG) nr. 1623/2000

1. Voor de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde wijn moet iedere producent een hoeveelheid leveren die gelijk is aan zijn totale productie. Deze hoeveelheid wordt verminderd met

a) de hoeveelheid die overeenkomt met de normale productie, berekend overeenkomstig lid 2 van dit artikel,

b) de hoeveelheid waarvoor hij het bewijs levert dat zij uiterlijk op 15 juli van het betrokken wijnoogstjaar is uitgevoerd.

Bovendien kan de producent van de te leveren hoeveelheid maximaal 10 hectoliter aftrekken.

2. Voor iedere administratieve eenheid is de totale normale productie voor wijn uit druiven van rassen die tegelijk zijn ingedeeld als wijndruivenrassen en als rassen voor een ander gebruik, gelijk aan het gemiddelde van die productie in de wijnoogstjaren:

- 1974/1975 tot en met 1979/1980 in de Gemeenschap van Tien,

- 1978/1979 tot en met 1983/1984 in Spanje en Portugal,

- 1988/1989 tot en met 1993/1994 in Oostenrijk.

Voor wijn uit druivenrassen die voor dezelfde administratieve eenheid tegelijk zijn ingedeeld als wijndruivenrassen en als rassen voor de bereiding van eau-de-vie van wijn, wordt deze normale productiehoeveelheid echter verminderd met de hoeveelheden die zijn gedistilleerd voor een andere bestemming dan de productie van eau-de-vie van wijn met een benaming van oorsprong.

Voor wijn als bedoeld in de eerste alinea wordt de normale wijnproductie per hectare door de betrokken lidstaten vastgesteld door voor de in die alinea bedoelde referentieperiode het aandeel te bepalen van respectievelijk wijn uit druiven van rassen die voor dezelfde administratieve eenheid tegelijk zijn ingedeeld als wijndruivenrassen en als rassen voor een ander gebruik.

3. De totale productie van iedere producent is gelijk aan de som van de hoeveelheden van de in artikel 53 lid 1 bedoelde wijn die zijn vermeld in de productieopgave en van de hoeveelheden die zijn vermeld in het in artikel 70 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde register en die hij zelf, na de datum van indiening van de productieopgave, heeft verkregen uit de in die opgave vermelde druiven of most van druiven van de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde rassen.

4. In afwijking van het bepaalde in de vorige lid en voor wijn uit druiven van rassen die bij dezelfde administratieve eenheid tegelijk zijn ingedeeld als wijndruivenrassen en als rassen voor een ander gebruik, mogen de lidstaten vanaf het wijnoogstjaar 1998/1999, voor producenten die vanaf het wijnoogstjaar 1997/1998 voor een deel van het wijnbouwareaal van hun bedrijf de in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad bedoelde premie voor de definitieve stopzetting van de wijnbouw hebben ontvangen, gedurende de vijf wijnoogstjaren na de rooiing, de normale productiehoeveelheid houden op het niveau van vóór de rooiing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen