Art. 50 Verordening (EG) nr. 1623/2000, Uit de markt nemen van bijproducten
Verordening (EG) nr. 1623/2000
1. Van de in artikel 27, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde mogelijkheid mogen alleen gebruik maken:
a) producenten die gevestigd zijn in wijnbouwgebieden waar distillatie een naar verhouding te zware last voor hen betekent. De lijst van deze wijnbouwgebieden wordt door de bevoegde instanties van de lidstaten opgesteld. De lidstaten delen deze lijst aan de Commissie mee.
b) producenten die geen wijnbereiding of enige andere verwerking van druiven hebben uitgevoerd in coöperatieve installaties en voor wie het geringe volume of de bijzondere kenmerken van de productie en de ligging van de distillatie-installaties tot buitensporige distillatiekosten leiden.
2. Voor de toepassing van artikel 27, leden 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 moeten de bijproducten onverwijld en uiterlijk aan het einde van het wijnoogstjaar waarin zij zijn verkregen, uit de markt worden genomen. Het uit de markt nemen met opgave van de geraamde hoeveelheden wordt vermeld in de registers krachtens artikel 70 van Verordening (EG) nr. 1493/1999, dan wel vastgelegd in een officiële verklaring van de bevoegde autoriteiten.
De betrokken wijnmoer wordt geacht uit de markt te zijn genomen wanneer de wijnmoer gedenatureerd is zodat hij niet meer kan worden gebruikt voor de wijnbereiding en wanneer de levering van deze gedenatureerde wijnmoer aan derden is geboekt in de in de voorgaande alinea bedoelde registers. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de controle op deze transacties te waarborgen.
Lidstaten die meer dan 25000 hectoliter wijn per jaar produceren, controleren steekproefsgewijs ten minste of het in artikel 51 bedoelde gemiddelde minimumalcoholgehalte in acht is genomen en of de bijproducten volledig en binnen de gestelde termijnen uit de markt zijn genomen.